Medezeggenschap en de spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht
Einde inhoudsopgave
Medezeggenschap en spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht (VDHI nr. 117) 2013/3.3.4.1:3.3.4.1 ‘bij zijn organisatie betrokken’
Medezeggenschap en spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht (VDHI nr. 117) 2013/3.3.4.1
3.3.4.1 ‘bij zijn organisatie betrokken’
Documentgegevens:
Mr. J.J.M. van Mierlo, datum 01-08-2013
- Datum
01-08-2013
- Auteur
Mr. J.J.M. van Mierlo
- JCDI
JCDI:ADS487391:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Monchy/Timmerman 1991, p. 49.
Koelemeijer 1999, p. 57-58.
Blanco Fernández 2002, p. 125 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Betrokkenheid bij de rechtspersoon is onvoldoende om te vallen onder de werkingssfeer van artikel 2:8 BW. Er moet sprake zijn van betrokkenheid bij ‘de organisatie’ van de rechtspersoon. In het kader van de wetswijziging per 1 januari 1992 hebben De Monchy en Timmerman op verzoek van de Vereeniging ‘Handelsrecht’ preadviezen uitgebracht met betrekking tot de nieuwe bepalingen in Boek 2 BW, waaronder art. 2:8. Volgens Timmerman is het niet zinnig zich te begeven in al te principiële discussies over de vraag wie nu precies bij de organisatie betrokken zijn. De afgrenzing van de vraag wie dat zijn, dient naar zijn mening plaats te vinden tegen de achtergrond van de bedoeling van de wetgever de redelijkheid en billijkheid voor te schrijven voor gedragingen die zich in de sfeer van de rechtspersoon afspelen.1 Daarom verstaat Timmerman onder de bij de organisatie van de rechtspersoon betrokkenen ‘een ieder die op grond van de wet of de statuten rechten of plichten heeft die door gedragingen, die zich binnen de sfeer van de rechtspersoon afspelen, rechtstreeks beïnvloed kunnen worden’. Als voorbeelden noemt Timmerman aandeelhouders, leden, bestuurders en commissarissen, pandhouders en vruchtgebruikers met stemrecht, en houders van winstbewijzen dan wel houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten. Volgens Koelemeijer, daarbij overigens uitsluitend verwijzend naar Timmerman en De Monchy, is algemeen aanvaard dat ieder die zeggenschap binnen de rechtspersoon uitoefent bij de organisatie van de rechtspersoon betrokken is.2 Het gaat dan niet alleen om aandeelhouders, bestuurders en commissarissen en de organen waarvan zij deel uitmaken; ook buitenstaanders kunnen naar haar oordeel bij de organisatie van de rechtspersoon betrokken zijn. In dat verband noemt Koelemijer een gevolmachtigde die bevoegd is namens een aandeelhouder het stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders uit te oefenen. Verwijzend naar de parlementaire geschiedenis,3 is Blanco Fernández van mening dat de organisatie van de rechtspersoon te verstaan is als zijn inrichting, als het geheel van de instanties die krachtens de wet en de statuten bewerkstelligen dat de rechtspersoon rechtens kan handelen.4 Telkens terugkerende elementen bij de verschillende schrijvers zijn de rechtspersoon, zijn organen en diegenen die daarvan deel uitmaken. De bij de organisatie betrokkenen zijn dan ook primair degenen die krachtens wet of statuten rechten kunnen doen gelden in of ten aanzien van de organen van de rechtspersoon: leden, aandeelhouders, bestuurders en commissarissen, alsmede die organen zelf. Ook personen die geen deel uitmaken van de organen, zoals houders van winstbewijzen of van converteerbare obligaties, kunnen onder de werkingssfeer van artikel 2:8 BW vallen.