25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/29.4:29.4 Met de rechtsbescherming is het zo slecht nog niet gesteld….
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/29.4
29.4 Met de rechtsbescherming is het zo slecht nog niet gesteld….
Documentgegevens:
mr. dr. C.L.G.F.H. Albers, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. C.L.G.F.H. Albers
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze bijdrage kan – gelet op de beperkte omvang – maar een klein onderdeel van de rechtsbescherming bij bestuurlijke boetes worden besproken. Gekozen is voor het bewijsrecht. Juist bij bestraffende sancties is bewijs(recht) een van de belangrijkste onderdelen waarmee bovendien veel andere (procedurele) waarborgen samenhangen. Ik wijs bijvoorbeeld op de (overkoepelende) onschuldpresumptie, het zwijgrecht, het verbod op zelfincriminatie, het beginsel van hoor en wederhoor en andere verdedigingsrechten. Op het punt van bewijs heeft het bestuursproces de afgelopen decennia een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Door de bestuursrechter zijn specifieke bewijsregels geformuleerd voor besluiten waarbij een bestuurlijke boete (of andere bestraffende sanctie) is opgelegd. Dat neemt niet weg dat bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen bestraffende sancties bij de bestuursrechter op punten nog altijd voor verbetering vatbaar is.1 Vergeleken met sommige andere vormen van buitengerechtelijke afdoening lijkt de bestuurlijke boeteprocedure nog helemaal niet zo slecht te scoren wat rechtsbescherming betreft.2 In dat opzicht zou ik de algemene bestuurlijke boeteprocedure uit de Awb dan ook niet als een vorm van ‘primitief strafrecht’ willen bestempelen.
29.4.1 Foutparkeren in Rotterdam