Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/10.4
10.4 Uitleg
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS384703:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 4 juni 2010, NJ 2010,312 (Euroland c.s./Gilde c.s.), r.o. 3.5; zie verder, m.b.t. de arbitrage Meijer 2011, p. 96 e.v.; Snijders 1995, p. 7, 26.
Zie m.b.t. de prorogatie bijv. Hof 's-Hertogenbosch 1 februari 1984, NJ 1984, 744, r.o. 7. Zie m.b.t. de forumkeuze bijv. Rb. Rotterdam 11 augustus 2010, NJF 2010,437, r.o. 4.6; zie ook De Boer 1996, p. 84.
Vgl. HR 20 februari 2004, NJ2005, 493, m.nt. C.E. du Perron (DSM/Fox), r.o. 4.4; HR 23 december 2005, NJ 2010, 62, m.nt. M.H. Wissink (De Rooij c.s./Van Olphen), r.o. 3.6.
Zie m.b.t. de arbitrage bijv. Rb. Utrecht 13 oktober 2010, NJF 2010,461, m.n. r.o. 3.5; Hof Amsterdam 5 maart 1998, TvA 1998, p. 172-174, m.nt. W.D.H. Asser, p. 172.
HvJ EG 3 juli 1997, NJ 1999,681, m.nt. PV (Benincasa/Dentalkit), r.o. 31; zie ook HvJ EG 9 november 1978, NJ 1979, 538, m.nt.JCS (Meeth/Glacetal), r.o. 8.
HvJ EG 24 juni 1986, NJ 1987, 656, m.nt. JCS (Anterist/Crédit Lyonnais), r.o. 14.
Zie bijv. HvJ EG 14 december 1976, NJ 1977, 446, m.nt. JCS (Salotti/RuWa); HvJ EG 14 december 1976, NJ 1977, 447, m.nt. JCS (Segoura/Bonakdarian); HvJ EG 11 november 1986, NJ 1987, 479 (IVECO Fiat/Van Hool), r.o. 5.
HvJ EG 9 november 2000, NJ 2001, 599, m.nt. PV (Coreck/Handelsveem), r.o. 15. Zie in dit verband ook HR 2 december 2011, NJ 2012, 128, m.nt. M.V. Polak (Roucar/Guillouet q.q. c.s.), r.o. 5.2.2, waarin de vraag aan de orde was welke partijen aan een forumkeuzebeding gebonden zijn.
Op de uitleg van procesovereenkomsten kan het burgerlijk recht analoog worden toegepast. Uitleg dient in principe te geschieden aan de hand van het Haviltex-criterium.
Dat het burgerlijk recht analoog kan worden toegepast op de uitleg van procesovereenkomsten, blijkt bijvoorbeeld uit een uitspraak van de Hoge Raad over een overeenkomst tot afstand van beroep. Partijen hadden bij overeenkomst hoger beroep uitgesloten, maar verschilden van mening over de vraag of dit meebracht dat ook geen cassatie openstond. De Hoge Raad overwoog in dit kader expliciet dat uitleg van de overeenkomst dient plaats te vinden aan de hand van de Haviltex-maatstaf.1
In de praktijk blijkt niet altijd of rechters inderdaad het Haviltex-criterium toepassen. Rechters kijken in sommige gevallen bijvoorbeeld met name naar de bewoordingen van de overeenkomst.2 Aangezien procesovereenkomsten vaak neergelegd zijn in algemene voorwaarden, heeft de rechter ook niet altijd veel andere mogelijkheden.3 Soms passen rechters echter wel expliciet het Haviltex-criterium 4toe.
Aan de hand van welke regels de uitleg van een overeenkomst tot forumkeuze die wordt beheerst door de EEX-verordening moet geschieden, is onduidelijk. Aan de ene kant is uitleg van een bevoegdheidsbeding volgens het Hof van Justitie een aangelegenheid van het nationale gerecht waarvoor het wordt ingeroepen,5 hetgeen erop duidt dat teruggegrepen moet worden op nationaal recht. Aan de andere kant heeft het Hof van Justitie in enkele arresten ook eigen uitlegregels gegeven. Het is overigens de vraag hoe deze regels zich tot elkaar verhouden. Zo diende het Hof van Justitie zich in het arrest Anterist/Crédit Lyonnais uit te laten over de vroeger in artikel 17 EEX-Verdrag opgenomen regel, dat indien de forumkeuze in het voordeel van slechts één van de partijen was gemaakt, deze het recht behield zich te wenden tot een ander bevoegd gerecht. Het Hof van Justitie overwoog:
‘Van de gemeenschappelijke wil om een der pp. te bevoordelen, moet dus duidelijk blijken hetzij uit de letter van het beding, hetzij uit het geheel van de aan de overeenkomst te ontlenen aanwijzingen dan wel uit de omstandigheden waaronder de overeenkomst is gesloten.'6
Voor de uitleg van het beding moet blijkens dit arrest dus niet enkel gekeken worden naar de bewoordingen hiervan, maar ook naar het geheel van de overeenkomst en de omstandigheden waaronder deze overeenkomst is gesloten.
Daarnaast heeft het Hof regelmatig geoordeeld dat de wilsovereenstemming tussen partijen duidelijk en nauwkeurig tot uiting moet komen.7 In het arrest Coreck/Handelsveem was de vraag aan de orde, of dit betekende dat reeds op grond van de bewoordingen van een forumkeuzebeding moet kunnen worden bepaald welk gerecht bevoegd is. Deze vraag rees naar aanleiding van een forumkeuzebeding in een cognossement waarin de rechter van het land 'where the carrier has his principal place of business' bevoegd was verklaard. Volgens het Hof van Justitie is niet vereist dat een forumkeuzebeding zodanig is geformuleerd dat louter op grond van de bewoordingen ervan reeds kan worden bepaald welk gerecht bevoegd is. Het is voldoende, dat het beding de objectieve elementen bevat op basis waarvan partijen overeenstemming hebben bereikt over de keuze van het gerecht of de gerechten waaraan zij de ontstane of de toekomstige geschillen willen voorleggen. Die elementen, die voldoende nauwkeurig moeten zijn om de geadieerde rechter in staat te stellen te bepalen of hij bevoegd is, kunnen eventueel worden geconcretiseerd door de omstandigheden van het geval.8
Hoewel dus niet enkel aan de hand van de bewoordingen behoeft te kunnen worden vastgesteld of een bepaalde rechter bevoegd is, dient het beding wel de objectieve elementen te bevatten op basis waarvan partijen overeenstemming hebben bereikt. Hierdoor zal bij de uitleg van een beding waarschijnlijk toch een belangrijke rol toekomen aan de bewoordingen ervan. Indien aan de hand van de bewoordingen de objectieve elementen op basis waarvan partijen overeenstemming hebben bereikt niet vastgesteld kunnen worden, is het beding immers ongeldig.