De procesovereenkomst
Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/10.8:10.8 Conclusie
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/10.8
10.8 Conclusie
Documentgegevens:
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS383505:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stond de inhoud van het 'procesovereenkomstenrecht' centraal. Onderzocht is welke regels voor procesovereenkomsten gelden. Daarbij is gekeken in hoeverre de regels van burgerlijk recht kunnen worden toegepast op procesovereenkomsten, en in hoeverre afwijking hiervan op grond van de procesrechtelijke context gelegitimeerd is. Gebleken is daarbij dat slechts in een beperkt aantal gevallen is afgeweken van de regeling van de overeenkomst zoals gegeven in het burgerlijk recht.
Ten eerste geldt dat de regels van burgerlijk recht in principe analoog worden toegepast op de totstandkoming van procesovereenkomsten. In afwijking hiervan is met betrekking tot sommige procesovereenkomsten bepaald dat zij stilzwijgend gesloten kunnen worden. Ook gelden in sommige gevallen vorm- of bewijsvoor-schriften. Wat betreft de forumkeuze onder de EEX-verordening geldt dat de vraag of wilsovereenstemming tussen partijen is bereikt beantwoord dient te worden aan de hand van het recht van de lidstaat van het gerecht dat partijen hebben aangewezen. Wel blijkt uit artikel 23 EEX-Vo dat deze overeenkomst niet vormvrij is, maar moet voldoen aan bepaalde vormvoorschriften. Op grond van artikel 24 EEX-Vo is bovendien stilzwijgende forumkeuze mogelijk (paragraaf 10.2).
Verder is gebleken dat procesovereenkomsten vernietigbaar kunnen zijn op grond van een wilsgebrek (paragraaf 10.3). Uitleg van procesovereenkomsten dient te geschieden aan de hand van het Haviltex-criterium (paragraaf 10.4). Procesovereenkomsten kunnen buiten toepassing gelaten worden op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (paragraaf 10.5).
Procesovereenkomsten die voorkomen in algemene voorwaarden kunnen worden vernietigd indien blijkt dat zij onredelijk bezwarend zijn. Dit blijkt expliciet uit de zwarte lijst van artikel 6:236 BW, waarop verschillende procesovereenkomsten voorkomen. Ook een forumkeuzebeding dat beheerst wordt door de EEX-verordening dient buiten toepassing gelaten te worden indien het oneerlijk is in de zin van de richtlijn oneerlijke bedingen (paragraaf 10.6.2).
Een procesovereenkomst in algemene voorwaarden is verder vernietigbaar, indien de gebruiker van de algemene voorwaarden aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de voorwaarden kennis te nemen. Dit geldt echter niet voor de forumkeuze die beheerst wordt door de EEX-verordening, aangezien de vormvoorschriften van artikel 23 EEX-Vo deze materie uitputtend regelen (paragraaf 10.6.3).
Ten slotte is gebleken dat procesovereenkomsten kunnen overgaan op een derde. Indien zij gekoppeld zijn aan een (rechtsvordering tot handhaving van een) bepaalde vordering, gaan zij bij cessie van deze vordering op de nieuwe schuldeiser over. Titel 2 van boek 6 BW is in een dergelijk geval rechtstreeks van toepassing (paragraaf 10.7).
Het onderzoek dat in dit hoofdstuk is verricht is uiteraard verre van volledig. Het is niet mogelijk om op alle denkbare regels van overeenkomstenrecht in te gaan. Eén aspect zal in het volgende hoofdstuk nog aan de orde komen. In hoofdstuk 8 is gebleken dat partijen in het kader van een procesovereenkomst verbintenissen ten opzichte van elkaar in het leven kunnen roepen. Het is de vraag, in hoeverre het burgerlijkrechtelijke verbintenissenrecht analoog kan worden toegepast op dergelijke verbintenissen. Deze vraag wordt in hoofdstuk 11 onderzocht.