Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/2.3.1:2.3.1 De penduledemocratie
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/2.3.1
2.3.1 De penduledemocratie
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248512:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals de naam al doet vermoeden, kan een penduledemocratie gekarakteriseerd worden als een ouderwetse hangklok met slinger: het beleid zwaait dan weer de ene en dan weer de andere kant uit. De voornaamste oorzaak daarvan is het sterk aggregatieve karakter van het stelsel, wat bij verkiezingen en besluitvormingsprocessen tot uiting komt. Zo wordt er vaak gewerkt met kiesdistricten met een winner takes all-systeem en worden beslissingen, ook de zwaarwegende, doorgaans genomen bij normale meerderheid. Dit leidt tot concentratie van de macht bij één partij, die daardoor het beleid kan bepalen zonder water bij de wijn te hoeven doen. Het stelsel is daarnaast sterk indirect van aard. De vraag wie een besluit neemt valt vrijwel altijd uit in het voordeel van vertegenwoordigers. Burgers hebben alleen tijdens verkiezingen een actieve rol in het besluitvormingsproces en worden daarna geacht weer aan de zijlijn te gaan staan.
Een penduledemocratie kent op het niveau van de staat een tiental kenmerken. De eerste vijf kenmerken betreffen de politieke machtsconfiguratie en de organisatie van de uitvoerende macht. De tweede vijf kenmerken betreffen de organisatie van de macht voorbij het regeringscentrum.
Er is sprake van machtsconcentratie bij een éénpartijregering, gesteund door een enkelvoudige meerderheid in het parlement.
De regering is dominant en staat in een monistische verhouding met het parlement.
Er is een tweepartijenstelsel, waarbij de ene partij regeert en de andere niet.
Er is sprake van een majoritair, disproportioneel vertegenwoordigend districtenstelsel.
Belangengroepen zijn pluralistisch en onderling verdeeld, waarbij het ieder voor zich is.
De staat neemt de vorm aan van een gecentraliseerde eenheidsstaat.
Bicameralisme is afwezig of onevenwichtig. De wetgevende macht is geconcentreerd bij één vertegenwoordigende kamer van het parlement.
Er is sprake van constitutionele flexibiliteit, tot uiting komend in een ongeschreven grondwet.
Het parlement is soeverein en er is geen externe grondwettelijkheidstoetsing.
Er is een van de regering afhankelijke centrale bank.1
Het democratiemodel komt ook op lokaal niveau tot uiting in een tiental kenmerken. De eerste vijf daarvan zijn identiek aan die op het landelijke niveau, met natuurlijk als kanttekening dat het decentrale instituties betreft. De tweede vijf kenmerken verschillen enigszins.
Er is sprake van een gecentraliseerd en unitair bestuur, met slechts zwakke sublokale instituties.
Regelende machten zijn samengebald en er is een fusie langs sectorale lijnen. Boven sectoren geplaatste organen als het college van burgemeester en wethouders die machtsdeling zouden bevorderen, bestaan niet.
Decentrale overheidslagen hebben hun eigen werkterrein en er is weinig medebewind.
Vanuit de centrale overheid is er weinig bestuurlijk-juridisch toezicht en het preventief en repressief toezicht is zwak ontwikkeld.
Er is geen onafhankelijke rekenkamer(commissie).2
De manier waarop een penduledemocratie is georganiseerd, leidt tot bepaalde voor- en nadelen. Omdat er vaak maar twee partijen zijn die aan verkiezingen meedoen, ligt er na de verkiezingen bij de partij die de meerderheid heeft behaald een duidelijk mandaat om beleid te gaan maken. Doordat besluitvorming bij normale meerderheid plaatsvindt, kan de winnende partij daarmee ook voortvarend aan de slag. De verliezende partij kan de winnaar weinig in de weg leggen, en de voorkeur van de meerderheidsfractie kan daardoor snel tot uiting komen in het beleid. De keerzijden daarvan zijn onder andere dat minderheden door het alles of niets-karakter van verkiezingen voor langere tijd buitenspel staan en er electorale vertekening kan optreden door de inrichting van verkiezingen. In een first past the post-systeem kan het bijvoorbeeld voorkomen dat de winnaar van een verkiezing een minderheid van het totale aantal kiezers vormt. Daarnaast bestaat er een groot risico op een fixatie op één probleemanalyse en één oplossingsrichting. De meerderheid hoeft immers niet te luisteren naar andere geluiden uit de politiek of samenleving. Reflectiviteit, oftewel het bezien of de ingeslagen weg wel de juiste is, wordt door een gebrek aan tegenmachten in een penduledemocratie niet gestimuleerd.