Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/6.6.5.1
6.6.5.1 Onafhankelijke experts
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480828:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gemeenteblad 1996, afd. 3, nr. 729.
Van Manen, BR 2003, p. 865 e.v.
Doeswijk & Jansen, De VijzelCourant oktober/november 2011, p. 9.
Stichting Gijzelgracht 2012, p. 3.
‘Onderzoek Rijkswaterstaat naar de implementatie van de gemeente Amsterdam van de aanbevelingen van de Commissie Veerman’ 2010.
Gemeentelijke Ombudsman 3 december 2009, p. 1-2.
Grinwis, Hooyman & Van Kesteren 2015, p. 20.
Van Manen, BR 2003; Interviews betrokkenen 2019.
Gemeentelijke Ombudsman 3 december 2009, p. 12; Interviews betrokkenen 2019.
Verslag 2e halfjaar 2008 Schadebureau Noord/Zuidlijn 2009, p. 12.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 392.
Bestuurlijke reactie college van B&W in Meindersma 2008.
Rekenkamer Amsterdam 2006; Stichting Gijzelgracht 2009; Grinwis, Hooyman & Van Kesteren 2015.
Projectbureau Noord/Zuidlijn december 2007, p. 2; Baetens 2012, p. 34.
Omgevingsstimulering en Verbindingsregie 2010; Tegemoetkomingsregelingen ondernemers 2010. De functie werd in 2010 opgeheven: Stichting Gijzelgracht 2011, p. 5.
Reglement van het Projectcommissariaat voor de Noord/Zuidlijn 2009; ‘Veerman gaat NZ-lijn bewaken’, Het Parool 9 september 2009; Gemeenteblad 2019, afd. 1, nr. 1180.
‘Veerman gaat NZ-lijn bewaken’, Het Parool 9 september 2009; Interviews betrokkenen 2019.
Instellingsbesluit Projectcommissariaat 2009.
Nekbrekers 2019, p. 30.
Raats, Neerlands Diep 28 april 2016.
Verslag 107 BCU Vijzelgracht 2009.
Interviews betrokkenen 2019.
De bouwschadevergoeding, nadeelcompensatie en (later) financiële tegemoetkomingen werden namens het college van B&W verstrekt door het Schadebureau. Ook de casco-/funderingsonderzoeken, op basis waarvan omwonenden van het metrotracé in aanmerking konden komen voor de bijdrageregeling, werden uitgevoerd door het Schadebureau. Dit Schadebureau was krachtens de Schaderegeling uit 1996 opgericht als onafhankelijke instantie zodat schadeclaims ‘efficiënt en rechtvaardig’1 konden worden afgehandeld. Volgens Van Manen bleek in de aanloop van het project ‘veel wantrouwen bij burgers en ondernemers te bestaan in de richting van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Zeker ten aanzien van de afhandeling van schadeclaims was men er niet gerust op dat de projectorganisatie hier op een goede wijze mee zou omgaan’;2 de gemeente koos daarom voor een onafhankelijk Schadebureau. De Commissie Veerman had aanbevolen om het Schadebureau minder onafhankelijk te maken zodat de gemeente en de projectorganisatie beter konden sturen3 en ook Stichting Gijzelgracht signaleerde dat de scheiding tussen de organisaties soms ‘averechts’4 werkte. De minister van V&W gaf de gemeente echter gelijk dat een onafhankelijk Schadebureau ‘de schijn van belangenverstrengeling’5 beter kon voorkomen.
De onafhankelijke positie werd op prijs gesteld door gedupeerden: ‘het Schadebureau Noord/Zuidlijn is gericht op een objectieve afhandeling van schade en nadeelcompensatie’;6 ‘De onafhankelijkheid van de schadeorganisatie (Schadebureau/Schadecommissie) gaf zowel de bouwers als de schadebehandelaars voldoende handelingsrepertoire en manoeuvreerruimte.’7 Medewerkers van het Schadebureau konden communiceren dat hun enige belang was om schadeverzoeken goed en spoedig af te handelen, daar zij geen betrokkenheid hadden bij de projectorganisatie.8 Omdat de schadevergoedingen uit het projectbudget kwamen, zou het verleidelijk zijn om te bezuinigen of geld toe te stoppen als goedmaker; via de onafhankelijkheid kon zorgvuldig(er) met publiek geld worden omgegaan, aldus het Schadebureau.9 Het Schadebureau deed bij het beoordelen van de bouwschadeclaims rondom de verzakkingen beroep op externe schade-experts, ‘[o]ok in de gevallen waar dat normaliter niet nodig geacht zou worden’;10 onafhankelijkheid was voor het bureau op meerdere vlakken van groot belang.
Naast het Schadebureau was een onafhankelijke Schadecommissie aangesteld om te adviseren over nadeelcompensatieclaims.11 Toen de rekenkamer aanraadde om de Schadecommissie af te rekenen op doorlooptijden, stelde de wethouder dat hij normering niet vond passen bij de ‘onafhankelijke positionering’12 van de Schadecommissie. Ook de onafhankelijkheid van de Schadecommissie werd derhalve zorgvuldig bewaakt door de gemeente en werd gezien als belangrijker dan een voortvarende houding; dit laatste wordt bestreden in verschillende evaluaties, waar men kritisch bleef over de lange tijdsduur en transactiekosten van de Schadecommissie.13
Binnen het pakket aan leefbaarheidsmaatregelen werd geen gebruik gemaakt van externe deskundigen; deze maatregelen werden door de projectorganisatie vormgegeven en uitgevoerd. De omgevingsmanagers waren verbonden aan de Dienst Noord/Zuidlijn, maar werden goed gewaardeerd en hun (on)afhankelijkheid kwam niet aan bod in evaluaties.
Tot slot werd ook binnen andere onderdelen van de projectorganisatie gehecht aan onafhankelijkheid. De bewonersoverleggen verliepen beter onder een onafhankelijke voorzitter die tevens actiepunten kon controleren.14 Bij de herbezinning van het project in 2009 werd kort een zogenaamde Verbindingsregisseur ingeschakeld, om vanuit een onafhankelijke positie de relatie tussen burgers en bestuur rond de Noord/Zuidlijn te verbeteren.15 Na het advies van de Commissie Veerman werd tevens een onafhankelijk Projectcommissariaat ingesteld met Veerman als voorzitter.16 Dat functioneerde als een soort raad van commissarissen17 en bewaakte de voortgang van het project, adviseerde zowel het college van B&W als de Projectdirecteur gevraagd en ongevraagd, en kon het college inschakelen als men het oneens was met de handelwijze van de projectorganisatie of de projectdirecteur.18 Het was een ‘countervailing power’ dat hielp bij ‘scopebewaking, projectbeheersing’19 en ook de projectorganisatie hielp verantwoording af te leggen richting het gemeentebestuur.20 Het Projectcommissariaat was mede geïnitieerd door de omgeving21 en de betrokkenheid van Veerman die veel goodwill had opgebouwd zorgde voor gezag en een empathisch gezicht richting de omgeving.22