De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/16.1:16.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/16.1
16.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367637:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de literatuur werd al gewaarschuwd dat een van de moeilijkste implementatiekwesties zou zijn te beslissen welke instantie belast zou worden met toezicht en welke bevoegdheden zij zou moeten krijgen, zie Timmerman 1999, p. 1501.
Vgl. Van Solinge 2010, p. 4; Hijmans van den Bergh/Van Solinge 2000, p. 77-78 en AFM2005 – Hedge funds study.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staan de thema’s toezicht en handhaving centraal. Hoewel van belang voor het verplicht bod in het algemeen, spelen zij met name bij acting in concert een belangrijke rol. Bij dit soort gevallen bestaat immers de grootste kans op omzeiling van de regels met benadeling van minderheidsaandeelhouders als gevolg. Gesteld kan daarom worden dat acting in concert de zwaarste test case vormt voor het toezicht op de naleving van de verplicht bod-regels.1 Bovendien is de kans dat een partij tegen de biedplicht aanloopt bij acting in concert vele malen groter dan bij de “gewone” biedplicht.2
In Nederland is het toezicht op de naleving van de biedplicht aan de markt overgelaten. De AFM, noch de OK is daartoe aangewezen (§ 16.2.3). De OK is wel aangewezen als “toezichthouder” in het kader van de billijke prijs-regels (§ 16.2.4). De handhaving van de biedplicht is aan de OK toebedeeld (§ 16.3). Dit stelsel moet naar mijn mening worden herzien. De AFM dient in de eerste plaats als toezichthouder te worden aangewezen, voor zowel voor de biedplicht zelf (§ 16.2.3.4) als de billijke prijs (§ 16.2.4.4). Ook dient de AFM een rol te krijgen bij de handhaving van de biedplicht (§ 16.3.4). Niet alleen omdat het huidige systeem in strijd is met de Overnamerichtlijn, maar ook omdat de praktijk binnen dat systeem onvoldoende mogelijkheden heeft om op voorhand duidelijkheid te krijgen omtrent de vraag of in een concreet geval een biedplicht ontstaat. Dat laatste werd opnieuw pijnlijk duidelijk toen de Europese toezichthouder ESMA hiervoor een raamwerk publiceerde en Nederland als enige lidstaat daarmee niet uit de voeten kan.