De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/11.4.4.4:11.4.4.4 Analyse
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/11.4.4.4
11.4.4.4 Analyse
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372414:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. De Brauw 2014, p. 185-187.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het werken met negatieve vermoedens, waarbij wordt aangenomen dat in een concrete situatie geen sprake is van acting in concert, heeft niet mijn voorkeur. Beter kan worden ingezet op verduidelijking wanneer dat wel aan de orde is (zie daartoe § 7.4-7.6).1 Dat geldt ongeacht of een vermoeden weerlegbaar is. Een weerlegbaar negatief vermoeden heeft als bijkomend nadeel dat er schijnduidelijkheid ontstaat; nog steeds zal een biedplicht ontstaan indien de controle wordt beoogd en nog steeds is onduidelijk wanneer daarvan sprake is.