NJF 2021/44
Prejudiciële vraag met betrekking tot de kwestie wanneer sprake is van een ‘niet redelijk voordeel’ voor de verhuurder.
Rb. Amsterdam 04-12-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6100
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
4 december 2020
- Magistraten
Mr. E. Pennink
- Zaaknummer
7971306 CV EXPL 19-17417
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2022:750, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 14‑02‑2022
ECLI:NL:RBAMS:2020:6100, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 04‑12‑2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:6235, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 25‑09‑2020
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële vraag met betrekking tot de kwestie wanneer sprake is van een ‘niet redelijk voordeel’ voor de verhuurder.
Samenvatting
Een woningstichting rekent nieuwe huurders € 200,-- administratiekosten. Aan de orde wordt gesteld in hoeverre daarmee, behalve voor wat betreft het naamplaatje voor de huurder, sprake is van een ‘niet redelijk voordeel’ in de zin van betaling voor ‘geen of een verwaarloosbare tegenprestatie’ door de stichting als verhuurster in de sociale sector. De kosten die de verhuurder in rekening brengt hangen grotendeels samen met kosten die gemiddeld genomen worden gemaakt in verband met het eindigen van de huur en het (opnieuw) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.