V-N 2020/14.8
Geen box 3 heffing voor Nederlandse werknemer van Europees Octrooi Bureau
HR 13-03-2020, ECLI:NL:HR:2020:400, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2020
- Magistraten
De Groot, Overgaauw, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
19/02014
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS192885:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Buitenlands belastingplichtige
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:400, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2020
ECLI:NL:PHR:2019:1030, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:1074, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑06‑2019
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat er geen dwingende reden van algemeen belang is om Nederlandse onderdanen en inwoners van Nederland van de betreffende voorrechten en immuniteiten uit te sluiten.
Samenvatting
X heeft de Nederlandse nationaliteit en werkt bij de Nederlandse vestiging van het Europees Octrooi Bureau (EOB) in Rijswijk. X woonde en werkte aanvankelijk in Duitsland, maar kwam in 2004 terug naar Nederland. In geschil is of X wordt gediscrimineerd door de toepassing van art. 10 van de Zetelovereenkomst van Nederland met de Europese Octrooi Organisatie dat fiscale voorrechten en immuniteiten onthoudt aan EOB-werknemers die Nederlander zijn of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.