Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.3.1.3:2.3.1.3 De Koning
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.3.1.3
2.3.1.3 De Koning
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS579564:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de bevoegdheden die de Koning en de ministers als onderdeel van de regering toekomen, bezitten zij ook afzonderlijke bevoegdheden. In de Grondwet is de term ‘Koning’ in principe gereserveerd voor de Koning persoonlijk, in de zin van drager van het ambt Koning.1 De Koning bezit in zijn hoedanigheid als staatshoofd een beperkt aantal (ongeschreven) bevoegdheden. Hij vertegenwoordigt bijvoorbeeld het land bij staatsbezoeken alsmede in andere externe betrekkingen en wijst bij kabinetsformaties de (in)formateur aan. Overigens valt ook het handelen van de Koning als staatshoofd onder de ministeriële verantwoordelijkheid.2