Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.2:19.2 Plan van behandeling
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.2
19.2 Plan van behandeling
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493519:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In § 19.3 zal ik eerst ingaan op enkele ontwikkelingen in Straatsburg c.q. de positie van het Hof in relatie tot de verdragsstaten. In § 19.4 komen enkele ontwikkelingen in de Nederlandse (fiscale) rechtshandhaving aan de orde, die de toekomstige betekenis van nemo tenetur in punitieve belastingzaken kunnen beïnvloeden. In aanloop naar de formulering van een denkrichting voor een toekomstgerichte invulling van nemo tenetur in fiscale boetezaken in § 19.6, zal ik in § 19.5 uiteenzetten dat de geldingskracht van nemo tenetur in Nederlandse fiscale boete- en strafzaken naar mijn oordeel aanmerkelijk verschilt. In § 19.7 volgt de eindnoot dat ongeacht de (ruime) invulling die het Hof aan het recht tegen gedwongen zelfbelasting zal geven, de Nederlandse wetgever en rechter voldoende mogelijkheden hebben om effectieve boeteoplegging in belastingzaken te waarborgen. Ik sluit af met een samenvatting en conclusies in § 19.8.