Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/6.2:6.2 Achtergrond en ratio
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/6.2
6.2 Achtergrond en ratio
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS609527:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ingevoerd bij Wet van 5 oktober 2006, Stb. 2006, 470 (30320), i.w.tr. 1 juli 2007 (Stb. 2007, 70); laatste volzin van het tweede lid toegevoegd bij Wet van 26 november 2009, Stb. 2009, 525 (31391), i.w.tr. 1 april 2010 (Stb. 2010, 139).
De Hullu & Groenhuijsen 2002; Rapport Werkgroep hoger beroep en verzet 2003.
Stamhuis 2002, p. 281-281.
Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 3, p. 23, 44.
Van Woensel 2007, p. 21.
Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 3, p. 25; zie ook Hof Amsterdam 21 januari 2016, ECLI:182.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het in artikel 410a Sv neergelegde verlofstelsel is in 2007 geïntroduceerd door de Wet stroomlijnen hoger beroep.1 In het algemeen is die wet voor een belangrijk deel schatplichtig aan de voorstellen van het project Strafvordering 2001 en de voorbereidende werkzaamheden van de Werkgroep hoger beroep en verzet. Maar noch de onderzoekers van Strafvordering 2001, noch de genoemde werkgroep hebben een verlofstelsel voor appel voorgesteld.2 De onderzoekers van Strafvordering 2001 wezen een verlofstelsel in algemene zin veeleer als stelselvreemd en onnodig af.3 Toch is in de Wet stroomlijnen hoger beroep een verlofstelsel opgenomen. Dat bij dit verlofstelsel in hoger beroep aanzienlijke kanttekeningen kunnen worden geplaatst, moet wellicht worden bezien tegen de achtergrond van deze betrekkelijk magere voorbereiding.
Over de achtergrond van artikel 410a Sv meldt de memorie van toelichting enerzijds dat het verlofstelsel mede moet worden bezien tegen de achtergrond van de bagateldrempel van artikel 404 Sv, “waar beneden met één rechterlijke instantie wordt volstaan. Deze drempel zou wellicht op een wat hoger niveau kunnen worden gelegd. Daarvan is evenwel afgezien op grond van de gedachte dat in de zaken die iets zwaarder zijn dan de ‘echte’ bagatelzaken, behoefte bestaat aan een ‘veiligheidsklep’, een incidenteel toe te passen herstelmogelijkheid.”4 Het voordeel van een verlofstelsel ten opzichte van een verhoging van de harde beroepsdrempel ligt in de mogelijkheid van maatwerk, aldus de minister.5 Toelating tot beroep wordt in deze visie gepresenteerd als zuinig toe te passen gunst. Ter beperking van de werklast staat verlofweigering voorop.6 Tegelijkertijd wordt beklemtoond dat “het verlofstelsel als zodanig een adequate tweede instantie is in de zin van de verdragen”, waardoor wordt voldaan aan de uit artikel 14 lid 5 IVBPR voortvloeiende eis in strafzaken een vorm van beroep aan te bieden.7 In deze visie is het verlofstelsel een weliswaar uitgeklede maar toch voldoende toegeruste tweede instantie, ingericht voor een tussenstroom van minder zware feiten die niet steeds een reguliere beroepsbehandeling verdienen.
Het verlofstelsel beoogt uiteindelijk werk- en kostenbesparing voor de eerste aanleg, de hoven én de Hoge Raad.8 De minister voorzag zelfs dat de “beoordeling door de voorzitter in een relatief groot deel van de zaken zal leiden tot het niet verlenen van het verlof”.9 Aan de verantwoording van het verlofstelsel valt op dat daaraan louter vermindering van werklast ten grondslag ligt, zij het dat de vrijgekomen capaciteit vervolgens op andere zaken moet worden gericht. “Op deze wijze kan worden gegarandeerd, dat de controle- en correctiefunctie van het hoger beroep worden vervuld, terwijl de inzet van publieke middelen toch zoveel mogelijk gericht wordt op zaken van groter belang.”10 Met het algemene concept van voortbouwend appel dat centraal staat in de Wet stroomlijnen hoger beroep heeft het verlofstelsel intussen weinig van doen.11 Omdat in verlofgevallen doorgaans slechts een summier stempelvonnis wordt opgemaakt, kán in verlofgevallen in hoger beroep niet worden voortgebouwd, aldus ook de minister.12
Het verlofstelsel in hoger beroep is kortom het resultaat van de wens om, anders dan door absolute uitsluiting van een categorie strafzaken, op alle niveaus van de strafrechtspraak capaciteit te besparen zonder dat de mensenrechten op beroep en een eerlijk proces in het geding komen.