Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.2.3
3.2.3 Het zelfstandig schadebesluit als ingang
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS509862:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Op 1 juli 2013 is Titel 8.4 Awb (waarover paragraaf 3.3) in werking getreden, waardoor een besluit inzake vergoeding van schade wegens onrechtmatig bestuurshandelen niet langer appellabel is (artikel 8:4 lid 1, aanhef en onder f, Awb).
Zie hierover uitgebreid Schueler 2005, p. 37 e.v.
ABRvS 6 mei 1997, AB 1997/229 m.nt. P.J.J. van Buuren (Van Vlodrop).
Hetzelfde geldt bij toezeggingen, ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:730 (De Kunstlinie).
CRvB 1 november 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3872 (Vrijwillige verzekering).
Vgl. ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2519, r.o. 7.1 (Kennel Sevenum) en ABRvS 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2195, r.o. 3.3 (Burgerwoning Halderberge).
Het rechtskarakter van informatieverstrekking brengt niet alleen mee dat daartegen geen beroep kan worden ingesteld (paragraaf 3.2.1). Dit karakter brengt ook mee dat – in beginsel – geen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend tegen een zelfstandig schadebesluit dat wordt genomen naar aanleiding van een verzoek om vergoeding van de schade die de burger door de informatieverstrekking heeft geleden. De figuur van het zelfstandig schadebesluit was – behoudens overgangsrecht – tot 1 juli 2013 één van de wegen waarlangs schadevergoeding voor onrechtmatig overheidshandelen kon worden verkregen.1 Een dergelijk besluit hield een schriftelijke beslissing van het bestuursorgaan in omtrent zijn eigen aansprakelijkheid voor de gestelde schade.2 Die beslissing was volgens de bestuursrechter op rechtsgevolg gericht. In haar standaarduitspraak inzake Van Vlodrop overwoog de Afdeling bestuursrechtspraak hierover het volgende:
‘het rechtsgevolg waarop een beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek om vergoeding van schade, veroorzaakt binnen het kader van de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid, is gericht, is dat naar publiekrecht al dan niet een aanspraak op betaling van schadevergoeding wordt gevestigd’.3
Deze overweging laat zien dat een schriftelijke beslissing omtrent vergoeding van schade (die niet is gebaseerd op een in een wet of een beleidsregel voorziene specifieke schadevergoedingsregeling) slechts een zelfstandig schadebesluit oplevert wanneer de beweerdelijk geleden schade is veroorzaakt ‘binnen het kader van de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid’. Dit wordt de eis van materiële connexiteit genoemd. Indien informatie wordt verstrekt in verband met de uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid, is aan deze eis voldaan. Een beslissing op een verzoek om vergoeding van schade als gevolg van onjuiste informatieverstrekking kan in zoverre worden aangemerkt als een zelfstandig schadebesluit. Tegen een zelfstandig schadebesluit kan echter slechts beroep worden ingesteld bij de algemene of bijzondere bestuursrechter ‘indien die rechter ook bevoegd is te oordelen over beroepen tegen de schadeveroorzakende uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid zelf’, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak in Van Vlodrop. Dit wordt de eis van processuele connexiteit genoemd. Deze eis brengt mee dat geen toegang tot de bestuursrechter bestaat ter zake van een afwijzend besluit op een verzoek om vergoeding van schade als gevolg van onjuiste informatieverstrekking.4 De informatieverstrekking zelf is immers niet appellabel (zie paragraaf 3.2.1). Een zelfstandig schadebesluit met betrekking tot schade als gevolg van die verstrekking is dat daarom evenmin.
Een uitspraak van de CRvB van 1 november 2017 illustreert dit.5 Hierin was een verzoek om vergoeding van schade als gevolg van onjuiste en onvolledige informatieverstrekking door het UWV aan de orde. Deze schadeoorzaak laat zich naar het oordeel van de Raad kwalificeren als (het nalaten van) een feitelijke handeling en is dus geen besluit. De afwijzing door het UWV van het verzoek om schadevergoeding was hiermee evenmin een appellabel besluit, zodat slechts de burgerlijke rechter bevoegd is om te beslissen over de vordering.
In de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is dezelfde lijn zichtbaar.6