V-N Vandaag 2023/248
Rekenrente van 4% is volgens A-G ook in 2014 niet in strijd met goed koopmansgebruik
HR (Parket) 16-01-2023, ECLI:NL:PHR:2023:70
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
16 januari 2023
- Zaaknummer
20/02644
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Pensioenen / Pensioensystematiek
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:324, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:125, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:137, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:70, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Wattel concludeert dat toepassing van art. 3.29 Wet IB 2001 ook zonder fout in 2013 en ook zonder foutenleer leidt tot belaste vrijval van hetzelfde deel van de pensioenverplichting eind 2014.
Samenvatting
A bv, de gevoegde dochter van belanghebbende, X bv, heeft een pensioenverplichting aan B, haar dga, en diens echtgenote. In de ingediende VPB-aangifte is de pensioenverplichting gewaardeerd op € 1,5 mln. Hierbij is een rekenrente van 4% gehanteerd. X bv is het niet eens met de waarderingsregels die gelden voor de pensioenverplichting. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het hanteren van een rekenrente van 4% ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.