De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/7.1:7.1 Inleiding
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS389796:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of de huidige strafbaarstelling van mensenhandel voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit internationale mensenrechten en internationale anti-mensenhandelregelgeving.
Artikel 8 IVBPR en artikel 4 EVRM behelzen het verbod op slavernij, dienstbaarheid en dwangarbeid (daarvan uitgezonderd de arbeid die wordt verricht tijdens detentie, militaire dienst, gedurende noodtoestanden of in het kader van de normale burgerplichten). Hoofdstuk 4 ging in op de uitleg van deze begrippen. Slavernij betreft, conform de traditionele definitie uit het Slavernijverdrag van 1930, de status of conditie van een persoon wiens eigendomsrecht wordt uitgeoefend door een ander. Dienstbaarheid behelst, gelijk aan de definitie van het Aanvullend Verdrag van slavernij uit 1956, de binding van een individu om te leven en werken op andermans eigendom zonder de mogelijkheid te hebben te vertrekken. En dwangarbeid betreft, analoog aan het ILO Verdrag inzake gedwongen arbeid, elke arbeid of dienst die van een individu wordt vereist onder dreiging van een straf en waarvoor het individu zich niet uit vrije wil beschikbaar heeft gesteld. Deze arbeidsuitbuitingsvormen hebben in beginsel betrekking op harmful exploitation. Dwangarbeid wordt door het EHRM zo ruim geïnterpreteerd dat het onder omstandigheden ook mutually advantageous exploitation kan omvatten.
Naast het verbod op slavernij, dienstbaarheid en dwangarbeid bleek zowel uit rapportages van het VN Mensenrechtencomité als uit jurisprudentie van het EHRM dat staten op grond van artikel 8 IVBPR en artikel 4 EVRM óók de plicht hebben mensenhandel effectief strafbaar te stellen. Het EHRM wijst daarbij voor de uitleg van het begrip naar het VN Protocol mensenhandel. Dit protocol definieert mensenhandel als het werven, vervoeren, overbrengen van en het bieden van onderdak aan of het opnemen van personen door dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, van ontvoering, fraude, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie of het verstrekken of ontvangen van betalingen of voordelen teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap heeft over een andere persoon met het oogmerk van uitbuiting. Uitbuiting omvat ten minste de uitbuiting van een ander in de prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid of diensten, slavernij of praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij of dienstbaarheid of de verwijdering van organen. De uitbuiting betreft zowel harmful als mutually advantageous exploitation.
Verdragsstaten van het EVRM en IVBPR worden geacht strafrechtelijk op te treden om de inbreuk van de ene burger op het mensenrecht van de andere burger tegen te gaan. Staten dienen derhalve te voorzien in effectieve strafbaarstellingen van slavernij, dienstbaarheid, dwangarbeid én mensenhandel. Uit de EHRM jurisprudentie volgt voorts dat de enkele strafbaarstelling van mensenhandel niet voldoet indien dit situaties van slavernij, dienstbaarheid of dwangarbeid onvoldoende bestrijdt. Specifieke strafbaarstellingen van de bijzondere uitbuitingsvormen dienen dan te worden ingevoerd. De kern van mensenrechten ziet aldus op het daadwerkelijk aanpakken van slavernij, dienstbaarheid en dwangarbeid. De kern van de anti-mensenhandelregelgeving heeft betrekking op het optreden tegen mensenhandel waarbij de definitie van mensenhandel in het VN Protocol mensenhandel de basis vormt. Deze uitgangspunten staan in de volgende subparagrafen centraal. De volgende toetsstenen worden gehanteerd.
Verplichtingen tot strafbaarstelling gelet op internationale mensenrechten:
Stelt de strafbepaling situaties van slavernij, dienstbaarheid of dwangarbeid adequaat strafbaar?
Verplichtingen tot strafbaarstelling gelet op internationale anti-mensenhandelregelgeving:
Stelt de strafbepaling mensenhandel adequaat strafbaar?