Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.10:6.3.10 Familieleden in de zin van art. 6.16 Wet IR 2001
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.10
6.3.10 Familieleden in de zin van art. 6.16 Wet IR 2001
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS606588:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de bepaling van de buitengewone uitgaven als onderdeel van de persoonsgebonden aftrek van Hoofdstuk 6 Wet IB 2001 bevat art. 6.16 Wet IB 2001 een beschrijving van de familiegroep. Op basis hiervan komen bijvoorbeeld niet alleen de ziektekosten van de belastingplichtige zelf in aanmerking voor aftrek, maar ook die van zijn ‘partner’, zijn kinderen die jonger zijn dan 27 jaar en ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder. Voorts zijn bijvoorbeeld ziektekosten met betrekking tot zorgafhankelijke ouders, broers of zusters aftrekbaar, indien zij bij de belastingplichtige inwonen. Het familiebegrip dat hierbij is gehanteerd, kent een facilitaire functie.
Het familiebegrip in art. 6.16 Wet IB 2001 omvat kinderen, pleegkinderen, ouders, broers en zusters. De echtgenoot of geregistreerde partner van deze personen, of de partner met wie zij ongehuwd samenwonen, behoort niet tot de familiekring. Overigens wordt hetzelfde begrip ook gehanteerd in art. 6.25 Wet IB 2001.
Ingevolge art. 2 lid 3 onderdeel i AWR omvat het begrip ‘kind’ verschillende soorten kinderen, omdat in deze bepaling de eerstegraads bloedverwant en de aanverwant in de neergaande lijn als ‘kind’ wordt aangemerkt. Het gaat in art. 6.16 Wet IB 2001 dus om ‘eigen’ kinderen, adoptiekinderen, erkende kinderen, maar ook om stiefkinderen, ofwel kinderen van de echtgenoot. Op basis van art. 2 lid 6 AWR geldt dit ook voor kinderen van de geregistreerde partner van de overdrager. Voor een nadere analyse van het begrip ‘kind’ verwijs ik naar paragraaf 6.3.2.
De kring van familieleden in art. 6.16 Wet IB 2001 is scherp omschreven, hetgeen naar mijn mening kan worden verklaard op basis van de facilitaire functie. Een open norm zou de suggestie kunnen wekken dat de aftrekbepaling ook geldt in situaties waarvoor zij niet is bedoeld.
De familiekring van art. 6.16 Wet IB 2001 wijkt af van de kring van verbonden personen in de zin van art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001. Dat vind ik ook begrijpelijk, omdat de familiekring hier een facilitaire functie heeft, en geen vereenzelvigingsfunctie c.q. antiontgaansfunctie.