Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/6.3.3:6.3.3 Visitatie- en inspectierechten
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/6.3.3
6.3.3 Visitatie- en inspectierechten
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971902:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Handboek 2013, nr. 203.1. Vgl. Sanders 1968, p. 61-62, in het kader van Duitse doctrine.
Ontleend aan Timmer 2017, p. 125.
Vgl. Teichmann 2023, p. 127-128, in het kader van het Auskunfts- und Einsichtsrecht van §51a GmbhG; en Geiss 2019, p. 416, in het kader van inspection rights in Delaware en het common law-stelsel in algemene zin.
Zie par. 2.5.2 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede categorie betreft inspectie- en visitatierechten. Inspectierechten geven aandeelhouders toegang tot (delen van) de administratie van de vennootschap, en visitatierechten geven recht op toegang tot kantoren en andere locaties van de vennootschap. Visitatie- en inspectierechten kunnen de informatiepositie van de aandeelhouder versterken door het initiatief voor de informatieverstrekking niet bij de vennootschapsleiding, maar bij de aandeelhouder zelf te leggen. Op die manier zou de aandeelhouder minder afhankelijk moeten zijn van de vennootschapsleiding voor zijn toegang tot informatie van de vennootschap.
In tegenstelling tot sommige andere rechtsstelsels, voorziet het Nederlands recht niet in een visitatie- of inspectierecht voor aandeelhouders.1 Inspectie- en visitatierechten kunnen niettemin contractueel worden toegekend aan aandeelhouders. Ik geef een voorbeeld uit de literatuur:
“Desgevraagd zal de vennootschap aan elke aandeelhouder de gelegenheid geven de administratie van de vennootschap in te zien en inzicht geven in de financiële situatie van de vennootschap. De vennootschap zal de aandeelhouders gezamenlijk alsmede iedere individuele aandeelhouder en zijn of haar adviseurs hiertoe medewerking verlenen, alsmede toegang verlenen tot haar bedrijfsterrein(en) gedurende reguliere werktijden.”2
In buitenlandse rechtsstelsels lijkt de rechtvaardiging voor dergelijke visitatie- en inspectierechten veelal te worden gezocht in het beschermen van (minderheids)aandeelhouders.3 Toegang tot voldoende informatie is zonder meer een belangrijke voorwaarde voor die bescherming. Bovendien kan van iedere vorm van openheid een preventieve disciplinerende werking uitgaan.4 Daarbij moet echter worden bedacht dat aandeelhouders niet kunnen (en zullen) vragen naar informatie waarvan zij het bestaan niet kennen. Een eenvoudig voorbeeld: de aandeelhouder die niet weet dat zijn vennootschap partij zal zijn (of reeds is geweest) bij een tegenstrijdig belang-transactie, zal in wezen zijn informatierecht niet kunnen inzetten om die informatie te verkrijgen. Bij misstanden zullen visitatie- en inspectierechten in de praktijk veelal slechts achteraf van betekenis blijken, wanneer het kwaad al is geschied. De belangen van de betrokken aandeelhouders zouden echter beter zijn beschermd indien vooraf informatie wordt verstrekt, zodat er nog tijd is om de schade te voorkomen of beperken. Dat is het uitgangspunt bij het ad hoc informatierecht buiten vergadering in Nederlandse vennootschappen.