De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.6.3:17.8.6.3 Bemoeienis ondernemingskamer en schuldeisersverzet
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.6.3
17.8.6.3 Bemoeienis ondernemingskamer en schuldeisersverzet
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS364898:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 11 juli 2014, NJ 2014/389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero-II).
Zie par. 17.7.2.
Zie daarover par. 17.8.6.4.
Zia art. 2:334l lid 3 BW en 2:334n BW.
De ondernemingskamer zal moeten trachten te voorkomen dat bij justitiabelen in verzet de indruk ontstaat dat de ondernemingskamer vooringenomen is vanwege haar eerdere beslissing ten aanzien van de proportionaliteit.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is in beginsel aan de tijdelijke bestuurder en beheerder om te bepalen of zij het bewerkstelligen van een ruziesplitsing binnen hun taak vinden passen.1 Toch kan de ondernemingskamer een rol spelen bij de totstandkoming van de ruziesplitsing.
Zo kan het voornemen van de tijdelijke bestuurder en beheerder(s) om een ruziesplitsing door te voeren aanleiding zijn voor de oorspronkelijke aandeelhouders om de ondernemingskamer te verzoeken om hen te vervangen.2 Ook kan het voorkomen dat een verzoek tot tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer, schorsing van de zittende bestuurder en de tijdelijke aanstelling van een bestuurder vergezeld gaat van een verzoek aan de ondernemingskamer om te bepalen dat de tijdelijke bestuurder en beheerder(s) het tot hun taak mogen rekenen om een ruziesplitsing tot stand te brengen. In beide gevallen zal de proportionaliteit van een dergelijke ruziesplitsing moeten worden getoetst.3
Daarnaast kan de ruziesplitsing ook aan de ondernemingskamer worden voorgelegd in het kader van verzet door schuldeisers.4 De ondernemingskamer is de appelrechter in dergelijke procedures.5 Verzet door schuldeisers voorkomt dat de splitsing wordt geeffectueerd door het verlijden van de akte van splitsing.6 Indien de oorspronkelijke aandeelhouders zich niet kunnen vinden in het splitsingsvoorstel en zij schuldeiser van de vennootschap zijn, kunnen zij door verzet aan te tekenen proberen te verhinderen dat de tijdelijke beheerder de splitsing er doorduwt. Ook om die reden is steun van de aandeelhouders voor het splitsingsvoorstel wenselijk.
Het bovenstaande betekent dat het kan voorkomen dat de ondernemingskamer in twee stadia moet oordelen over het splitsingsplan: bij de totstandkoming en in verzet. Feit is echter dat het om twee verschillende toetsen gaat, een proportionaliteitstoets en toets ten aanzien van de vraag of de twee splitsende vennootschappen wel voldoende verhaalsmogelijkheden blijven bieden na de splitsing. Dat schuldeisersbelang – alsmede de daarvan mede afhankelijke slagingskans van het splitsingsvoorstel – kan evenwel ook worden meegewogen in het kader van de proportionaliteit.7