Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.2.2
16.5.2.2 Reflexwerking en forumkeuze
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416855:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-377; GaudemetTallon, Compétence en Europe, p. 73; Kropholler, EZPR, p. 243.
Overigens zijn zonder reflexwerking eveneens de algemene bevoegdheidsregels van de art. 2-6 EEX-V°/Verdrag van toepassing.
Kropholler, EZPR, p. 243; Droz, Compétence Judiciaire, p. 108 (via het commune internationaal privaatrecht); Droz, Rev Crit 1990, p. 14; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 60; GaudemetTallon, Compétence en Europe, p. 73; Gothot-Holleaux, La Convention, p. 84; Joustra, WPNR 6121 (1993), p. 66 (ten dele: afhankelijk van de woonplaats van de verweerder); Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 142 (genuanceerd!); Ibili, Gewogen rechtsmacht, p. 46; Rb. Rotterdam 20 februari 1978, NJ 1978, 621.
Vlas, Hypotheken, p. 243.
Geimer, NJW 1976, p. 442; Grundmann, IPRax 1985, p. 249; Piltz, NJW 1979, p. 1071; Ras, TvP 1975, p. 885; Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 80 (hoewel hij de mogelijkheid van analoge toepassing oppert).
Twijfelend: Rb. Amsterdam 13 mei 1975, NJ 1976, 323; impliciet Hof Leeuwarden 10 december 1986, NJ 1987, 1012; OLG Munchen 28 september 1989, IPRax 1991, p. 48; Rb. Alkmaar 13 april 1989,1PR 1989, 289 (forumkeuze geldig); Rb. Zutphen 23 mei 1991, NIPR 1992, 113; anders: Rb. Rotterdam 20 februari 1978, NJ 1978, 621.
Rapport Almeida Cruz, PbEG, p. C 189/47.
Rapport Jenard/Mllller, PbEG, p. C 189/76.
HvJ EG 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/Van der Putte, Jur. 1977, p. 2393, NJ 1978, 654; HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360; HvJ EG 10 januari 1990, zaak C-115/88, Reichert I, Jur. 1990, p. 1-27, NJ 1991, 572; HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-250/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. I-1111, NJ 1994, 238; HvJ EG 17 mei 1994, zaak C-294/92, Webb/Webb, Jur. 1994 p. 1-1717, NJ 1994, 648; HvJ EG 9 juni 1994, zaak C-292/93, Lieber/Ghbel, Jur. 1994, p. 1-2535, NJ 1994, 649; HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/ Ghtz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445.
Anders: Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 73
Anders: Kropholler, EZPR, p. 243.
Anders: Kropholler, EZPR, p. 243; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 92; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 72.
Polak 2005, (T&C Rv), art. 6, aant. 9.
De exclusief bevoegde gerechten van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag knopen aan bij de plaats in de staat waar het onroerend goed is gelegen, de vennootschap of rechtspersoon is gevestigd, het recht is ingeschreven in (openbare) registers of de tenuitvoerlegging plaatsvindt. Art. 22 EEX-V°/16 Verdrag is slechts van toepassing, indien deze plaats in de EG respectievelijk verdragsluitende staten is gelegen. Indien deze plaats zich buiten een EG respectievelijk verdragsluitende staat bevindt, is art. 22 EEX-V°/16 Verdrag derhalve niet van toepassing en zou een forumkeuze zijn toegestaan. Heeft art. 22 EEX-V°/16 Verdrag niettemin 'reflexwerking' ,1 zodat het gerecht van een EG respectievelijk verdragsluitende staat desalniettemin een forumkeuze ongeldig moet achten? Zonder reflexwerking kunnen partijen over de onderwerpen in art. 22 EEX-V°/16 Verdrag zowel ex art. 23 EEX-V°/17 Verdrag als onder het commune internationaal privaatrecht (soms) een forumkeuze overeenkomen.2
Literatuur en rechtspraak zijn verdeeld. De voorstanders van reflexwerking wijzen op het voordeel van een gelijke behandeling van de onderwerpen van art. 22 EEX-V°/ 16 Verdrag.3Vlas wijst ook op problemen met erkenning en tenuitvoerlegging in derde staten van uitspraken die zonder reflexwerking zouden worden verkregen.4 Het gaat om in veel rechtsstelsels voorkomende exclusieve fora, zodat een universele werking passend is. Tegenstanders wijzen met name op een — in hun ogen gepaste grammaticale uitleg van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag.5 Zij voelen zich ook gesteund door (een gedeelte van) de nationale rechtspraak6 en de Rapporten Almeida Cruz7 en Jenard/Mbller.8
Ik ben een tegenstander van reflexwerking van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag. Het Hof van Justitie heeft steeds herhaald dat art. 16 EEX restrictief dient te worden Uitgelegd.9 Het aannemen van reflexwerking druist in tegen de restrictieve benadering die het Hof van Justitie voorstaat en blijkt uit de hierna te behandelen arresten. Daarnaast dient gewicht te worden toegekend aan het Rapport Almeida Cruz, dat reflexwerking ten aanzien van art. 16 sub 1 EEX expliciet verwerpt. Volgens het Rapport Almeida Cruz dienen de gewone bevoegdheidsregels van art. 2 EEX e.v. voor een onroerend goed buiten de EG te worden toegepast. Voor de andere exclusieve fora kan mijns inziens hetzelfde worden aangenomen, omdat daarvoor dezelfde redenering kan gelden. Het Rapport Almeida Cruz is in deze relevant en niet voor andere uitleg vatbaar, omdat het vraagstuk van reflexwerking voor het verschijnen van het Rapport Almeida Cruz reeds was gerezen. Het lijkt aannemelijk dat het Rapport Almeida Cruz deze discussie wilde kortsluiten door het toepassingsbereik van art. 16 EEX te verduidelijken.10 Ik concludeer derhalve dat art. 22 EEX-V°/16 Verdrag grammaticaal dient te worden geïnterpreteerd en geen reflexwerking heft 11Een forumkeuze ex 23 EEX-V°/17 Verdrag of commuun internationaal privaatrecht - indien toelaatbaar - dient derhalve te worden gerespecteerd.12 Nederlands commuun internationaal privaatrecht laat bijv. een forumkeuze toe, omdat art. 6 sub e Rv geen exclusieve rechtsmacht creëert.13