Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.3.1.1:2.3.1.1 Inleiding
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.3.1.1
2.3.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS582003:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de invoering van het contraseign in 1840 komt de uitvoerende macht niet meer toe aan de Koning persoonlijk, maar aan de regering, zijnde de Koning en een of meer ministers of staatssecretarissen.1 Hoewel de Grondwet van 1983 geen expliciete bepaling hierover bevat, staat vast dat de regering – althans op centraal niveau – aan het hoofd staat van de uitvoerende macht. In dit verband wordt artikel 42 lid 1 Gw, waarin de samenstelling van het regeringsambt wordt bepaald, tevens beschouwd als een aanduiding van de functie van het ambt.2 Hieronder volgt eerst een beknopte beschrijving van de bevoegdheden van de regering, waarna de afzonderlijke ambten die deel uitmaken van de regering aan bod komen. Om een completer beeld te krijgen van het centrale bestuur wordt daarna kort ingegaan op de zogenaamde zelfstandige bestuursorganen en de positie van particulieren en privaatrechtelijke organisaties in het bestuur.