De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/2.1:2.1 Inleiding
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631738:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tot de formele of statutaire bestuurders reken ik ook degenen die niet als zodanig zijn benoemd, maar door de wet wel met bestuurders worden gelijkgesteld (art. 2:134/244 lid 4 BW, zoals deze luiden sinds 1 juli 2021) of in het kader van een (enquête)procedure door de rechter als tijdelijke bestuurder zijn benoemd. Zie verder par. 3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het citaat hierboven weergegeven en het boek waaraan het is ontleend, laten zien hoe een dikke eeuw geleden werd geworsteld met het fenomeen rechtspersoonlijkheid en de juridische relatie van bestuurders tot rechtspersonen. Om te vermijden dat die destijds gevoerde discussie tot onnodige complicaties leidt wat betreft mijn onderzoek, is mijn vertrekpunt het thans geldende recht. Verder maak ik een onderscheid tussen formele (statutaire) bestuurders (degenen die overeenkomstig Boek 2 BW en de statuten rechtsgeldig zijn benoemd)1 en de overige bestuurders (feitelijke bestuurders en schaduwbestuurders). Die overige bestuurders duid ik aan met het begrip quasi-bestuurder.
Alvorens op het fenomeen quasi-bestuurder in te gaan, wordt aandacht besteed aan enkele in dat verband relevante vragen. Wat is besturen en welke eisen worden aan het bestuur gesteld? Wat is een formele (ook wel statutaire) bestuurder? Welke verplichtingen rusten er uit hoofde van Boek 2 BW op het bestuur van een rechtspersoon? In welke gevallen kan een bestuurder (in die hoedanigheid) persoonlijk aansprakelijk worden gesteld? Wat is het toetsingskader voor persoonlijke aansprakelijkheid?
Deze onderwerpen komen op hoofdlijnen aan de orde. De antwoorden op de gestelde vragen zijn relevant, omdat ze een eerste kader bieden voor het centrale thema in dit onderzoek naar de vraag wanneer een (rechts)persoon als quasi-bestuurder kan worden aangemerkt, welke verplichtingen uit hoofde van Boek 2 BW op quasi-bestuurders (kunnen) rusten en in welke gevallen een quasi-bestuurder (in die hoedanigheid) persoonlijk aansprakelijk kan zijn, en welk toetsingskader in dat geval wordt gehanteerd. De nadruk zal in dit hoofdstuk liggen op de kapitaalvennootschappen (NV en de BV), omdat de meeste rechterlijke uitspraken in dit verband op deze rechtspersoonsvormen zien.