NJB 2025/2169:Vereiste dat appelschriftuur de grieven tegen het vonnis in eerste aanleg moet bevatten, art. 410 lid 1 Sv: ook een volmacht tot het instellen van het hoger beroep kan dergelijke grieven bevatten. Onder ‘grieven’ kunnen zowel bezwaren direct gericht tegen het oordeel van de rechter in eerste aanleg als andersoortige gronden voor het instellen van het beroep vallen. Dit geldt ook voor de in art. 416 leden 1 en 2 Sv genoemde mondelinge ‘bezwaren tegen het vonnis’. Wel moeten de opgegeven grieven of mondelinge bezwaren voldoende duidelijk maken wat de inzet van het hoger beroep is. In casu hoefde het hof de in de volmacht tot het instellen van het hoger beroep opgenomen zin dat de verdachte “het niet eens is met veroordeling in de zaak met het parketnummer 13-207596-19” niet op te vatten als grief als bedoeld in art. 410 Sv. Redelijke termijn in cassatie art. 6 EVRM: omdat de klacht tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in het ingestelde hoger beroep niet tot cassatie leidt, terwijl de Hoge Raad ook geen grond voor ambtshalve cassatie aanwezig acht, kan de schending van de redelijke termijn in cassatie niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof.