Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/5.3.3.2
5.3.3.2 De versterking van de bescherming van persoonsgegevens
mr. T.F. Walree, mr. P.T.J. Wolters, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree, mr. P.T.J. Wolters
- JCDI
JCDI:ADS267460:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreider Walree 2017, p. 921 (hoofdstuk 1, paragraaf 2); Van der Linden & Walree 2018, p. 105-106 (hoofdstuk 2, paragraaf 1-2).
Noot 14; FRA 2013, p. 29-30, 37-40 en 50; Van der Sloot 2014, p. 323; Wolters 2019, p. 22 en 24.
FRA 2010, p. 7-8 en 20; Kuner 2013, p. 143-144; Van der Sloot 2014, p. 321; Hijmans 2016a, p. 366; Moerel & Prins 2016, p. 114; Svantesson 2016, p. 201; Andersson Elffers Felix 2017; Walree 2017, p. 921 (hoofdstuk 1, paragraaf 1); Lundstedt 2018, p. 4; Veale, Binns & Ausloos 2018, p. 105; Wolters 2019, p. 16 en 22.
Zie ook Solmecke 2019.
HvJ EG 17 september 2002, C-253/00, ECLI:EU:C:2002:497 (Muñoz), punt 30-31, over Verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (PbEG 1972, L 118/1) en Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (PbEG 1996, L 297/1).
Zie over de vraag of uit dit arrest ook volgt dat de concurrent schadevergoeding kan eisen Van Gerven 2006, p. 271; Tridimas 2006, p. 545-547; Asser/Hartkamp 3-I 2019/197. Vergelijk ook HR 30 augustus 2019, ECLI:NL:HR:2019:1293 (NZO/Alpro).
HvJ EG 20 september 2001, C-453/99, ECLI:EU:C:2001:465 (Courage/Crehan), punt 25-26; HvJ EG 13 juli 2006, gevoegde zaken C-295/04-C-298/04, ECLI:EU:C:2006:461 (Manfredi), punt 89-90; HvJ EU 5 juni 2014, C-557/12, ECLI:EU:C:2014:1317 (Kone), punt 21 en 32-33; HvJ EU 14 maart 2019, C-724/17, ECLI:EU:C:2019:204 (Skanska), punt 43. Zie ook overweging 3 Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie (‘Richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht’) (PbEU 2014, L 349/1).
HvJ EG 20 september 2001, C-453/99, ECLI:EU:C:2001:465 (Courage/Crehan), punt 27; HvJ EG 13 juli 2006, gevoegde zaken C-295/04-C-298/04, ECLI:EU:C:2006:461 (Manfredi), punt 91; HvJ EU 14 juni 2011, C-360/99, ECLI:EU:C:2011:389 (Pfleiderer), punt 29; HvJ EU 6 november 2012, C-199/11, ECLI:EU:C:2012:684 (Otis e.a.), punt 42; HvJ EU 6 juni 2013, C-536/11, EU:C:2013:366 (Donau Chemie e.a.), punt 23; HvJ EU 5 juni 2014, C-557/12, ECLI:EU:C:2014:1317 (Kone), punt 23; HvJ EU 14 maart 2019, C-724/17, ECLI:EU:C:2019:204 (Skanska), punt 44 en 45.
HvJ EU 14 maart 2019, C-724/17, ECLI:EU:C:2019:204, punt 45 (Skanska).
Zie ook Sieburgh 2014, p. 477-480, p. 496; Duijkersloot, Widdershoven & Jans 2017, p. 443.
Truli 2018, p. 310. Vergelijk HvJ EG 17 september 2002, C-253/00, ECLI:EU:C:2002:497 (Muñoz) punt 31.
Zie bijvoorbeeld Crémer, De Montjoye & Schweitzer 2019, p. 32-33.
Het doel van de AVG is echter breder dan de bescherming van individuele betrokkenen. De verordening heeft tevens het meer abstracte doel om de bescherming van persoonsgegevens te versterken. Meer in het bijzonder beoogt zij de handhaving te versterken.1 Een ruime interpretatie van ‘eenieder’ kan hieraan bijdragen. Het gegevensbeschermingsrecht kent immers een ‘handhavingstekort’.2 Betrokkenen missen de financiële middelen en belangen, organisatie en (technische) expertise om hun rechten effectief uit te oefenen.3 Ook nationale toezichthoudende autoriteiten hebben niet de capaciteit om altijd handhavend op te treden.4 Additionele handhaving door concurrenten leidt in dit licht tot een welkome aanvulling. Zij draagt bij aan de volle werking van de AVG.5
Het doel om de volle werking te verzekeren, speelt ook een rol bij de handhaving van andere bepalingen van het recht van de Europese Unie. Het Hof van Justitie kwam in Muñoz op grond van dit argument tot de conclusie dat een concurrent een andere marktdeelnemer in een ‘civiel proces’ kan aanspreken op grond van een schending van kwaliteitsnormen met betrekking tot groente en fruit.6
In Muñoz vordert de eiser een verbod.7 Het Hof van Justitie benadrukt in verschillende arresten echter dat ook het recht op schadevergoeding een belangrijke rol speelt bij het verzekeren van de volle werking van het Unierecht. Het eist dat ‘eenieder’ schadevergoeding kan vorderen voor een schending van het mededingingsrecht.8 Het recht op schadevergoeding maakt schendingen van het mededingingsrecht ‘minder aantrekkelijk’ en draagt bij aan de handhaving van een ‘daadwerkelijke mededinging’.9 Het is daarom een ‘integrerend deel’ van het stelsel voor de handhaving.10 Deze argumentatie leidt ertoe dat aan het relativiteitsvereiste snel is voldaan.11 Handhaving, en dus ook door middel van een vordering tot schadevergoeding van een concurrent, maakt een schending immers altijd minder aantrekkelijk en draagt hiermee bij aan de volle werking van de Europese regels.
Een mogelijke schadevergoedingsvordering van de concurrent versterkt de bescherming van persoonsgegevens op verschillende manieren. Ten eerste ontmoedigt zij onrechtmatige verwerkingen door de verwerkingsverantwoordelijke. 12 Ten tweede maakt zij het ook voor de concurrent zelf aantrekkelijker om zich aan de AVG te houden. Aanbieders van digitale diensten en producten voeren een felle strijd om gebruikers en persoonsgegevens.13 De concurrent die gebruikers en advertentie-inkomsten misloopt als gevolg van schendingen door de verwerkingsverantwoordelijke (paragraaf 2) heeft, enigszins gechargeerd, twee opties. Als hij zich keurig aan de AVG blijft houden, verliest hij de concurrentiestrijd. Hij wordt hierdoor gedwongen om zelf ook inbreuk te maken op het gegevensbeschermingsrecht. Het recht op schadevergoeding biedt een uitweg. In plaats van af te dalen naar het niveau van de verwerkingsverantwoordelijke, kan de concurrent er ook voor kiezen om de verwerkingsverantwoordelijke te dwingen om zich aan de AVG te houden.
De werkelijkheid is uiteraard complexer. Naleving van de AVG is slechts een van de factoren die bijdragen aan het succes van een bedrijf. Handhaving biedt bovendien alleen een volwaardig alternatief als zij het door de verwerkingsverantwoordelijke genoten voordeel ook echt wegneemt. Een concurrent heeft weinig aan een schadevergoeding als de verwerkingsverantwoordelijke de markt ondertussen stevig in handen heeft gekregen. Het recht op schadevergoeding van de concurrent kan bijdragen aan het verkleinen van het handhavingstekort, maar lost het niet volledig op.