Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.3.2
14.3.2 Het tijdvak voor de berekening van de hoogte van de billijke prijs
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366360:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In art. 5:70 lid 1 Wft is bepaald dat het verplichte bod na afloop van de in art. 5:72 lid 1 Wft bedoelde periode wordt aangekondigd. Deze periode, waarin het belang nog kan worden afgebouwd tot onder de 30%-drempel, wordt ook wel de gratieperiode genoemd (zie uitgebreid § 15.2.3).
Indien er alsnog een bod wordt uitgebracht is geen sprake van aankondiging op de voet van art. 5 lid 3 sub b Bob Wft, vgl. Josephus Jitta 2013 (T&C Ondernemingsrecht Effectenrecht), art. 5 Bob Wft, aant. 3.
Ik laat het geval sub c, dat ziet op een verplicht bod naar buitenlands recht, buiten beschouwing.
Volgens BGH 29 juli 2014 · Az. II ZR 353/12, r.o. 31-35 moet deze regeling niet aldus worden uitgelegd dat de referentieperiode zich zou uitstrekken tot het tijdvak tussen het aangaan van de optieovereenkomst en het lichten van de optie. Dat is slechts anders indien de bieder c.s. nalaten de controleverwerving openbaar te maken, hetgeen naar Duits recht de referentieperiode doet aanvangen (§ 4 AngebVo WpÜG).
In de Schuitema-zaak, de enige billijke prijs-zaak so far, bleek deze drempel voor verzoeker VEB daadwerkelijk te hoog, zie OK 21 augustus 2009, JOR 2009/256, r.o. 3.44, zij het dat de OK daar een mouw aan wist te passen door (zelf) de billijke prijs vast te stellen. Zie hierover ook § 16.3.3.3 sub III.iv.
Vgl. Josephus Jitta onder OK 5 oktober 2010, JOR 2011/212 (Schuitema) en Doorman 2008-2, p. 525.
Vgl. Josephus Jitta 2013 (T&C Ondernemingsrecht Effectenrecht), art. 5:80a Wft, aant. 2.
Vgl. Commissie Winter 2002, II.4.1.
De hoogte van de biedprijs moet worden bepaald aan de hand van de hoogste prijs die is betaald in het jaar voorafgaande aan de aankondiging van het verplichte bod (art. 5:80a lid 2 Wft). Een verplicht bod geldt op grond van art. 5 lid 3 Bob Wft als aangekondigd ofwel indien een aankondiging als bedoeld in art. 5:70 lid 1 Wft is gedaan (sub a)1 of – indien de OK bevel heeft gegeven tot op het uitbrengen van een bod, maar een bod uitblijft2 – op het moment dat dit bevel onherroepelijk is geworden (sub b).3
Ook een ruime uitleg van het begrip acting in concert binnen de billijke prijsregels kan niet elke vorm van manipulatie van de billijke prijs voorkomen. Zo vallen daarbuiten afspraken door de bieder met een derde die ertoe strekken te voorkomen dat een bepaalde transactie binnen de referentieperiode valt (§ 14.2.4). Om die reden is in Duitsland, waar men ook met een verruimd acting in concert-begrip werkt voor wat betreft de billijke prijs-regels (§ 14.2.3), een extra anti-misbruikregeling opgenomen op grond waarvan met verwervingen gelijk worden gesteld overeenkomsten inzake verwerving (§ 31 lid 6 WpÜG jo § 4 Angeb Vo WpÜG).4 Deze uitbreidingsbepaling, die overigens de meeste andere lidstaten ook kennen, verdient mijns inziens navolging in Nederland. In dit soort gevallen kan de OK weliswaar ingrijpen (art. 5:80b Wft), maar de daarvoor geldende ontvankelijkheidseisen zijn tamelijk streng.5 Bovendien is er enige ruimte voor manoeuvreren door de bieder en personen met wie deze in onderling overleg handelt6 .
De referentieperiode speelt ook bij het “klassieke” acting in concert, in de zin van de definitie van art. 1:1 Wft. In dat soort gevallen zal doorgaans pas na verloop van tijd vastgesteld kunnen worden dat partijen in onderling overleg – in het verleden – overwegende zeggenschap hebben verworven en uit dien hoofde biedplichtig zijn geworden. Er zal dan een ruime tijdspanne liggen tussen het ontstaansmoment van de biedplicht en de aankondiging van het bod, hetgeen de start van de 12 maandenperiode van art. 5:80a lid 2 Wft vormt.7 Omdat aansluiten bij de hoogste betaalde prijs in algemene zin minder relevant wordt naarmate het langer duurt voor het bod daadwerkelijk wordt uitgebracht8 , moet overwogen worden om de 12 maandenperiode te laten starten op het moment van de verwerving van overwegende zeggenschap.