Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/6.4.2:6.4.2 Afschaffing houdster – en financieringsverliesregeling?
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/6.4.2
6.4.2 Afschaffing houdster – en financieringsverliesregeling?
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS397147:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Duitsland heeft geen specifieke verliesverrekeningsbeperking ten aanzien van houdster– en financieringslichamen of een vergelijkbare regeling waarbij verliesverrekening ten aanzien van een bepaalde activiteit wordt uitgezonderd. De regeling is in Nederland ingevoerd als reactie op het Bosal-arrest. Door de keuze dat voortaan financieringskosten ten aanzien van binnenlandse én buitenlandse deelnemingen aftrekbaar waren, ontstond er een budgettair probleem en werden er middelen gezocht ter afdekking van het Bosal-gat. Duitsland kent geen (of in mindere mate een) Bosal-gat en gaat fiscaal gezien anders om met deelnemingskosten van binnenlandse en buitenlandse deelnemingen. Voordelen uit een deelneming worden voor 95% vrijgesteld onder de deelnemingsvrijstelling. Er wordt aangenomen dat 5% als fictieve kosten samenhangen met de desbetreffende deelneming.
De houdster- en financieringsverliesregeling is mijns inziens terecht zwaar bekritiseerd door de wetenschap en praktijk. Zoals in hoofdstuk 6.2.4.2 al beargumenteerd, voldoet mijns inziens de regeling niet, of in mindere mate aan alle toetsen uit mijn toetsingskader. De houdster- en financieringsverliesregeling past systematisch en historisch niet in het vennootschapsbelastingsysteem en is louter vanwege budgettair belang ingevoerd. De regeling zou mijns inziens zo snel mogelijk moeten verdwijnen uit de Nederlandse vennootschapsbelastingwet. Ook het feit dat Duitsland (en andere landen) geen soortgelijke regeling kennen en Nederland wat dat betreft uit de pas loopt, is een extra argument de regeling te schrappen. Dit zou er toe leiden dat in beide landen geen specifieke verliesverrekeningsbeperking ten aanzien van houdster- en financieringslichamen van toepassing is.
De vraag zou op kunnen komen of het aanbevelenswaardig is om een 95% deelnemingsvrijstelling toe te passen in Nederland (zoals Duitsland doet) om zo het Bosal-gat (deels) te dichten of te voorkomen. In hoofdstuk 8 ga ik hier nader op in.