Vp-bulletin 2021/6
Inkomstenbelasting. Geen kamerverhuurvrijstelling voor Airbnb door ontbreken inschrijving BRP.
HR 06-11-2020, ECLI:NL:HR:2020:1741, m.nt. mw. S.G.M.J. Rebbens MSc. en J.M.P. Tobben MSc. LLM
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 november 2020
- Zaaknummer
20/01752
- Noot
mw. S.G.M.J. Rebbens MSc. en J.M.P. Tobben MSc. LLM
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS254287:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1741, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑11‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:808, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑09‑2020
Essentie
Inkomstenbelasting. Geen kamerverhuurvrijstelling voor Airbnb door ontbreken inschrijving BRP.
Uitspraak
(Publicatiedatum op www.rechtspraak.nl: 6 november 2020)
Inleiding
Op grond van artikel 3.111, eerste lid, Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) is een eigen woning een (gedeelte van een) gebouw, met de daartoe behorende aanhorigheden. Bovendien moet dit (gedeelte van het) gebouw de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staan op basis van eigendom. Op grond van artikel 3.111, zevende lid, Wet IB 2001 ontneemt het tijdelijk ter beschikking stellen van een woning ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.