Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/1.3
1.3 Methodologie en structuur
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS383757:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
Protocol to Prevent, Suppress and Punish trafficking in Persons, especially Women and Children, supplementing the United Nations Convention against Transnational Organized Crime, General Assembly resolution 55/25 van 15 november 2000, in werking getreden 25 december 2003 (UNTS vol. 2237, p. 319).
Council of Europe Convention on Action against Trafficking in Human Beings van 16 mei 2005, in werking getreden 1 februari 2008 (CETS No. 197).
European Union Council Framework Decision on combating trafficking in human beings, kaderbesluit 2002/629/JBZ, in werking getreden 1 augustus 2002 (PbEG 2002/L 203).
EU Directive on preventing and combating trafficking in human beings and protecting its victims, and replacing Council Framework Decision 2002/629/JHA, Directive 2011/ 36/EU (OJ L 101/1).
Dit boek betreft een positief materieel strafrechtelijk onderzoek op basis van de wet, de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur. De focus ligt op de inhoud van de strafbaarstelling van mensenhandel. De aandacht gaat niet uit naar de beleidsmatige aanpak van de preventie, opsporing of vervolging van daders of de hulpverlening aan slachtoffers van mensenhandel. Het migratierecht, het arbeidsrecht of het procesrecht komen voorts slechts zijdelings aan de orde. Deze studie is gericht op de definitie van mensenhandel, meer in het bijzonder arbeidsuitbuiting en de criminalisering daarvan. Daarbij speelt de vraag of, en zo ja, waarom arbeidsuitbuiting door middel van het strafrecht moet worden tegengegaan.
Alvorens in te gaan op de Nederlandse strafbepaling wordt een conceptueel model geschetst van uitbuiting aan de hand van wetenschappelijke literatuur. Waar gaat dit onderzoek eigenlijk over? Wat is uitbuiting? Daarna komt de betekenis van arbeidsuitbuiting binnen de nationale delictsomschrijving in artikel 273f Sr aan bod op grond van de wettekst, de wetsgeschiedenis en jurisprudentie. De strafbaarstelling van mensenhandel, en meer in het bijzonder arbeidsuitbuiting, wordt vervolgens getoetst aan twee kaders. Het eerste kader betreft de algemene regulerende beginselen van het strafrecht. Deze beginselen zijn relevant voor de vraag wanneer en hoe tot criminalisering van gedrag moet worden overgegaan. Het tweede kader behelst de internationale en Europese rechtsinstrumenten inzake mensenhandel en mensenrechten. Hierbij komen de verplichtingen aan de orde die internationale en Europese rechtsinstrumenten stellen omtrent de strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting.
Hoofdstuk 2 start aldus met een conceptueel model van uitbuiting. Daarna komt het positieve recht aan de orde (hoofdstuk 3). Dan volgen de toetsingskaders (hoofdstukken 4 en 5). En vervolgens vindt de toetsing van het positieve recht aan deze kaders plaats (hoofdstukken 6 en 7). .
De beginselen van het strafrecht die als uitgangspunt worden genomen zijn achtereenvolgens het schadebeginsel, het subsidiariteitsbeginsel, het proportionaliteitsbeginsel, het effectiviteitsbeginsel, het beginsel dat de strafbepaling geen strijd met fundamentele mensenrechten mag opleveren, het legaliteitsbeginsel, het daadstrafrechtbeginsel, het wederrechtelijkheidsbeginsel, het schuldbeginsel en het coherentiebeginsel. Het doel van dit onderzoek is niet deze beginselen als zodanig te bediscussiëren. De beginselen zijn een middel om de strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting te beoordelen. Dit neemt evenwel niet weg dat dit onderzoek tot nader inzicht in de betekenis van de beginselen kan leiden. Het toetsingskader kan dan ook behulpzaam zijn bij de beoordeling van andere strafbepalingen.
Ten aanzien van de internationale en Europese rechtsinstrumenten inzake mensenhandel en mensenrechten zijn met name van belang het VN Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel uit 2000 (VN Protocol mensenhandel of protocol),1 het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel uit 2005 (RvE Verdrag mensenhandel of verdrag),2 het EU Kaderbesluit inzake de bestrijding van mensenhandel uit 2002 (EU Kaderbesluit mensenhandel of kaderbesluit),3 de richtlijn van de Europese Unie uit 2011 inzake de bestrijding van mensenhandel, ter vervanging van het kaderbesluit (EU Richtlijn mensenhandel of richt- lijn)4 en het verbod van slavernij, dwangarbeid en dienstbaarheid in artikel 8 van het IVBPR en artikel 4 van het EVRM.
De verantwoording van de keuzes voor de strafrechtbeginselen en de te bespreken internationale en Europese rechtsinstrumenten vindt in de betreffende hoofdstukken zelf plaats.
Het onderzoek is op 1 oktober 2017 afgesloten. Wetgeving, jurisprudentie en literatuur van na die tijd zijn slechts ten dele verwerkt.