Verhuiszaken
Einde inhoudsopgave
Verhuiszaken (R&P nr. PFR11) 2025/7.2.2:7.2.2 Relatieve bevoegdheid
Verhuiszaken (R&P nr. PFR11) 2025/7.2.2
7.2.2 Relatieve bevoegdheid
Documentgegevens:
L.M. Coenraad, datum 10-03-2025
- Datum
10-03-2025
- Auteur
L.M. Coenraad
- JCDI
JCDI:BSD10969:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf ga ik ervan uit dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Voor internationale verhuiszaken en de kwestie van internationale bevoegdheid verwijs ik naar hoofdstuk 8 door Groenleer en Van Maanen in deze bundel.
Relatief bevoegd in verhuiszaken in G&O-procedures is de rechter van de woonplaats of, bij gebreke daarvan, het werkelijk verblijf van de minderjarige (art. 265 Rv). Op grond van art. 1:12 lid 1 BW is de woonplaats van de minderjarige een afgeleide woonplaats. De minderjarige volgt immers de woonplaats van de ouder die het gezag over hem heeft. Als sprake is van gezamenlijk gezag en de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.