Verhuiszaken
Einde inhoudsopgave
Verhuiszaken (R&P nr. PFR11) 2025/7.2.7:7.2.7 Voorlopige voorziening op grond van art. 223 Rv
Verhuiszaken (R&P nr. PFR11) 2025/7.2.7
7.2.7 Voorlopige voorziening op grond van art. 223 Rv
Documentgegevens:
L.M. Coenraad, datum 10-03-2025
- Datum
10-03-2025
- Auteur
L.M. Coenraad
- JCDI
JCDI:BSD11038:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel art. 1:253a lid 6 BW voorschrijft dat de rechter een verzoek op grond van 1:253a BW binnen zes weken behandelt, wordt deze termijn bij sommige rechtbanken lang niet altijd gehaald. Dit komt door langere wachttijden en door het dikwijls meervoudig behandelen van verhuiszaken.1 Dergelijke meervoudige zittingen vinden minder vaak plaats. Aangezien tijd een factor van belang is in veel verhuiszaken, kan er behoefte zijn aan een spoedvoorziening. Denk vooral aan de gevallen waarin de verhuizing al een feit is en de achterblijvende ouder zo spoedig mogelijk een bevel tot terugverhuizing wil hebben. Maar ook de verhuizende moeder kan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.