De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.8:3.8 Conclusie
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.8
3.8 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS399974:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ Planzer Luxembourg, reeds aangehaald.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In elke paragraaf is aan de hand van de besproken uitgangspunten aangegeven welke invulling van het vestigingsplaatsbegrip in de btw het meest wenselijke is. Schematisch kan dit als volgt worden samengevat:
Uitgangspunt
Aanknopingspunt
Invulling vestigingsplaatsbegrip
Rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden (baatbeginsel)
Land van verbruik en land van besteding.
De plaats waar de ondernemer zijn economische activiteiten verricht. Vanuit het perspectief van heffing in het land van de afnemer/ natuurlijk persoon: daar waar zijn persoonlijk leven zich bevindt.
Neutraliteit
Land van verbruik.
De plaats waar de ondernemer zijn economische activiteiten verricht. Vanuit het perspectief van heffing in het land van de afnemer/ natuurlijk persoon: daar waar zijn persoonlijke leven zich bevindt.
Administratieve eenvoud
Vestigingsplaats(en) van de leverancier. Administratieve eenvoud wordt vooral bereikt door andere regelingen, zoals verleggingsregeling of één-loket-systeem.
De plaats waar het bestuur zich bevindt of de plaats waar de ondernemer zijn economische activiteiten verricht.
Rechtszekerheid
Geen strikte toepassing van heffing in het land van verbruik.
Indien de vestigingsplaats van de dienstverrichter zelf van belang is: plaats waar de ondernemer zijn economische activiteiten verricht, plaats waar het bestuur zich bevindt of meer formele criteria als inschrijving bij de gemeente, Kamer van Koophandel of statutaire zetel. Indien de woon- of vestigingsplaats van de afnemer van belang is: meer formele criteria als inschrijving bij de gemeente, Kamer van Koophandel of statutaire zetel.
Controle
Land waar de prestatie wordt verricht.
De plaats waar de ondernemer zijn economische activiteiten verricht.
Voorkoming van misbruik, fraude en ongewenst gebruik
Land van verbruik, woonplaats van de consument of land waar de prestatie wordt verricht. Geen heffing in het binnenland over prestaties die in het buitenland worden verricht. Toepassing verleggingsregeling.
De plaats waar de ondernemer zijn economische activiteiten verricht.
Flexibiliteit
Algemene regeling waarbij heffing plaatsvindt in het land van verbruik of land van besteding.
Plaats waar de ondernemer zijn economische activiteiten verricht, plaats waar het bestuur zich bevindt of meer formele criteria als inschrijving bij de gemeente, Kamer van Koophandel of statutaire zetel.
Op grond van het bovenstaande is het niet mogelijk om voor alle transacties tot een conclusie te komen over waar heffing plaats zou moeten vinden. Vaak zullen een groot aantal aanknopingspunten samenvallen. Zo zal bijvoorbeeld de besteding worden gedaan in het land waar de consument woont en het goed wil gaan gebruiken en wordt de prestatie ook aan hem in dit land verricht. Dat heffing dan toekomt aan dit land moge duidelijk zijn. In gevallen waarin de aanknopingspunten echter verschillende richtingen op wijzen zal aan de hand van het karakter van het desbetreffende goed of de desbetreffende dienst een keuze moeten worden gemaakt voor een aanknopingspunt. Dit heeft in principe reeds plaatsgevonden bij de totstandkoming van de uitzonderingen op de hoofdregel voor de plaats van dienst. De hoofdregel voor de plaats van dienst zelf kent de mogelijkheid om per prestatie de keuze te maken voor het land waar de zetel van de bedrijfsuitoefening is gevestigd of het land waar de ondernemer een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit de prestatie wordt verricht of die de prestatie afneemt. Het gaat hierbij om de zogenoemde fiscaal rationele oplossing. Deze zal worden besproken in paragraaf 7.3.2.
Voor wat betreft de invulling van het vestigingsplaatsbegrip blijkt dat de meeste uitgangspunten wijzen in de richting van een invulling die uitgaat van de plaats waar de ondernemer zijn economische activiteiten uitoefent. Toch heeft het Hof van Justitie in de zaak Planzer Luxembourg1 aan de primaire vestigingsplaats van de ondernemer, het begrip zetel van bedrijfsuitoefening, een invulling gegeven die juist aanknoopt bij de plaats van waaruit het bestuur wordt uitgeoefend. In paragraaf 7.7.2 zal hieraan aandacht worden besteed.