NJB 2025/987
Arbiter. Ontheffing van de opdracht. Vordering bij de voorzieningenrechter. Een arbiter bij het Nederlands Arbitrage Instituut vordert dat de voorzieningenrechter hem zal ontheffen van zijn opdracht. Biedt art. 1029 lid 2 Rv hiervoor de wettelijke grondslag? Hoge Raad: Een arbiter kan een verzoek tot ontheffing van zijn opdracht op de voet van art. 1029 lid 2 Rv slechts voorleggen aan de voorzieningenrechter indien de partijen met dat verzoek niet instemmen en niet een derde hebben aangewezen om op een dergelijk verzoek te beslissen. De partijen hebben de administrateur van het NAI aangewezen als derde, zodat art. 1029 lid 2 Rv in dit geval geen grondslag bood voor een beoordeling door de voorzieningenrechter.
HR 09-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:725
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/00656
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:725, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:262, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑02‑2025
- Wetingang
Essentie
Arbiter. Ontheffing van de opdracht. Vordering bij de voorzieningenrechter. Een arbiter bij het Nederlands Arbitrage Instituut vordert dat de voorzieningenrechter hem zal ontheffen van zijn opdracht. Biedt art. 1029 lid 2 Rv hiervoor de wettelijke grondslag? Hoge Raad: Een arbiter kan een verzoek tot ontheffing van zijn opdracht op de voet van art. 1029 lid 2 Rv slechts voorleggen aan de voorzieningenrechter indien de partijen met dat verzoek niet instemmen en niet een derde hebben aangewezen om op een dergelijk verzoek te beslissen. De partijen hebben de administrateur van het NAI aangewezen als derde, zodat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.