Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/18.5
18.5 Slotakte
mr. dr. M. Tjepkema, mr. J. Huijts, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. M. Tjepkema, mr. J. Huijts
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dat kader ook ABRvS 31 oktober 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB6805, r.o. 2.3.1.
Zie voor een recent voorbeeld ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2040.
Vgl. Tjepkema 2010, p. 599-601, p. 877-878 en de bespreking van dit voorstel in R.J.N. Schlössels, ‘M.K.G. Tjepkema, Nadeelcompensatie op basis van het égalitébeginsel. Een onderzoek naar nationaal, Frans en Europees recht’, RMThemis 2011, afl. 5, p. 250.
Zie daarover meer uitgebreid R.J.N. Schlössels, ‘Het voorontwerp Nadeelcompensatie en schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten’, Gst. 2007/113, p. 508-509.
Kamerstukken II 2010/11, 32621, 3, p. 6 (MvT); Handelingen I 2012/13, 32621, 15, item 6, p. 53.
Uit het voorafgaande volgt dat ook (en misschien zelfs wel, juist) na inwerkingtreding van titel 4.5 Awb regelmatig reden zal bestaan voor zowel de civiele rechter als de bestuursrechter om een op artikel 3:4, tweede lid, Awb of artikel 1 EP (via de band van artikel 6:162 BW ingestoken) procedure af te doen met een verwijzing naar een onder titel 4.5 Awb te voeren zelfstandige nadeelcompensatieprocedure. Voor de burger heeft dit tot gevolg dat hij de door hem gemaakte proceskosten niet vergoed krijgt én in geval van een civiele procedure kan worden veroordeeld in de proceskosten van het bestuursorgaan. Zeker in het regelmatig als laagdrempelig gekarakteriseerde bestuursrecht, waarin de burger zonder advocaat kan procederen, lijkt het niet per definitie redelijk dat een burger die een op zichzelf bestaande en bovendien niet al te ver gezochte grondslag voor schadevergoeding heeft ingeroepen, extra kosten maakt omdat een beroep op titel 4.5 Awb wenselijker wordt geacht, bijvoorbeeld omdat daarmee het schadeveroorzakende besluit niet ‘onnodig’ wordt gefrustreerd.1 Hoewel dat naar huidig recht nog niet gebeurt, zou het onzes inziens redelijk zijn als hiervoor een oplossing zou worden geboden door de wetgever, het bestuur of de rechter. Zo zou ervoor kunnen worden gekozen deze kosten te vergoeden als in de procedure inzake het zelfstandig schadebesluit blijkt dat er inderdaad een recht op nadeelcompensatie bestond.
Ook vanuit rechterlijk en bestuurlijk perspectief is het niet ideaal dat een hele procedure wordt gevoerd, maar vanwege het doorschuiven geen definitieve inhoudelijke beslissing wordt gegeven omtrent de vraag of nu uiteindelijk wel of geen nadeelcompensatie moet worden toegekend. Wij realiseren ons dat dit probleem breder is dan enkel de gevallen waarin wordt doorgeschoven en kan spelen in alle zaken waarin de rechter oordeelt dat een aangevochten besluit niet onrechtmatig is en de burger vervolgens nadeelcompensatie wenst.2 Wanneer de beroepsgronden daartoe aanleiding geven (omdat daarin melding is gemaakt van geleden schade) of ter zitting van schade is gebleken, valt er onzes inziens daarom zeker bij appellabele schadeoorzaken – ten aanzien waarvan de bestuursrechter bevoegd is zowel de rechtmatigheidsvraag als de nadeelcompensatievraag te beantwoorden – veel voor te zeggen dat de bestuursrechter de mogelijkheid krijgt om ‘door te pakken’ door het bestuursorgaan uit te nodigen om – eventueel onder inwinning van deskundigenadvies – in te gaan op de aspecten van titel 4.5 Awb ten aanzien waarvan het een zekere mate van beoordelingsruimte toekomt. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de vereisten van abnormale en speciale last en de vraag of de schade anders dan in geld zou moeten worden gecompenseerd.3 De huidige regeling van de bestuurlijke lus volstaat daartoe niet, omdat die veronderstelt dat een gebrek in een besluit bestaat.4 Een argument te meer voor een dergelijke regeling is dat titel 4.5 Awb beoogt bestuurslasten te verminderen, onder andere door de vereenvoudiging van werkprocessen en procedures die de uniformering van het nadeelcompensatierecht door deze titel zou moeten meebrengen.5 Daarmee is lastig te verenigen dat een rechter die reeds inhoudelijke kennis van het dossier heeft, geen antwoord geeft op de vraag waar het veelal om te doen zal zijn geweest, namelijk of er nadeelcompensatie dient te worden toegekend. Ook doet die oplossing recht aan een belangrijke boodschap die wij de lezer hebben willen meegeven, namelijk dat schadeveroorzakend overheidshandelen niet naar zijn aard rechtmatig of onrechtmatig is, maar zich geregeld in een schemergebied afspeelt.