HR 18 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:277.
HR, 06-01-2026, nr. 24/02900
ECLI:NL:HR:2026:35
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
06-01-2026
- Zaaknummer
24/02900
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2026:35, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑2026; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1412
ECLI:NL:PHR:2025:1412, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑10‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:35
Uitspraak 06‑01‑2026
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op woning waarvan klaagster (vennootschap) stelt eigenaar te zijn onder ander t.z.v. verdenking van medeplegen witwassen, waarna woning in strafzaak tegen ander bij onherroepelijk arrest verbeurd is verklaard. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu HR cassatieberoep tegen arrest van hof waarbij woning verbeurd is verklaard heeft verworpen? HR ambtshalve: Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Als dat gerecht (gelet op art. 552b.2 Sv) niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevat klaagschrift, moet het bepalen dat griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is verbeurdverklaring van woning pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. HR zal met vernietiging van beschikking van hof de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het o.g.v. art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht. HR bepaalt dat stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden teruggezonden naar hof. Samenhang met HR:2025:277 (strafzaak tegen ander).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02900 B
Datum 6 januari 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2024, nummer 000117-24, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
gevestigd in [vestigingsplaats] (Bulgarije),
hierna: de klaagster.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat P. van de Kerkhof bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
2. Ambtshalve beoordeling van de beschikking van het gerechtshof
2.1
Bij een op 9 februari 2024 ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is door de klaagster om teruggave verzocht van een onder M. Reuvers inbeslaggenomen woning. Daartoe is door de klaagster gesteld dat die woning haar toebehoort. Het hof heeft het klaagschrift bij beschikking van 16 juli 2024 ongegrond verklaard.
2.2
Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Als dat gerecht - gelet op artikel 552b lid 2 Sv - niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284.)
2.3
Zoals is uiteengezet in onderdeel 4 van de conclusie van de advocaat-generaal, is in dit geval de verbeurdverklaring van de genoemde woning pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van het gerechtshof de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het op grond van artikel 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden beschikking;
- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden teruggezonden naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026.
Conclusie 14‑10‑2025
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op woning waarvan klaagster (vennootschap) stelt eigenaar te zijn onder ander t.z.v. verdenking van medeplegen witwassen, waarna woning in strafzaak tegen ander bij onherroepelijk arrest verbeurd is verklaard. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu HR cassatieberoep tegen arrest van hof waarbij woning verbeurd is verklaard heeft verworpen? HR ambtshalve: Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Als dat gerecht (gelet op art. 552b.2 Sv) niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevat klaagschrift, moet het bepalen dat griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is verbeurdverklaring van woning pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. HR zal met vernietiging van beschikking van hof de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het o.g.v. art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht. HR bepaalt dat stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden teruggezonden naar hof. Samenhang met HR:2025:277 (strafzaak tegen ander).
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/02900 B
Zitting 14 oktober 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[klaagster] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] (Bulgarije),
hierna: de klaagster
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 16 juli 2024 het op grond van artikel 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot (onder meer) opheffing van het strafvorderlijk beslag op de woning gelegen aan de Koolzaadweg 21 (5351 LP Berghem), ongegrond verklaard.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. P. van de Kerkhof, advocaat in Tilburg, heeft twee cassatiemiddelen voorgesteld.
3. Aan de bespreking van de cassatiemiddelen kom ik gelet op het volgende niet toe. Het gaat in de onderhavige zaak om de inbeslagneming van de bovenvermelde woning, ten aanzien waarvan de klaagster stelt dat zij eigenaar is. Deze woning is in beslag genomen onder [betrokkene 1] , in verband met zijn strafzaak ter zake van (feit 7) het meermalen medeplegen van witwassen. Op 9 februari 2024 heeft de klaagster een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv ingediend, strekkende primair tot de opheffing van het strafvorderlijk beslag op de woning en/of de herroeping van de verbeurdverklaring van de woning, en subsidiair tot het gelasten van afgifte van de opbrengst van de woning ex artikel 117 lid 4 Sv dan wel toekenning van een schadeloosstelling ex artikel 552b Sv jo. artikel 33c Sr, op de wijze als in het klaagschrift nader verwoord. Zoals gezegd heeft het gerechtshof het klaagschrift bij beschikking van 16 juli 2024 ongegrond verklaard.
4. Bij vonnis van 6 september 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant in de strafzaak tegen [betrokkene 1] in verband waarmee de inbeslagneming plaatsvond de woning verbeurdverklaard. Tegen voornoemd vonnis is door [betrokkene 1] hoger beroep ingesteld. Op 9 november 2023 heeft gerechtshof 's-Hertogenbosch arrest gewezen waarbij de woning eveneens verbeurd is verklaard. Tegen voornoemd arrest heeft [betrokkene 1] cassatieberoep ingesteld. Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen.1.De verbeurdverklaring is hiermee onherroepelijk.
5. Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Als dat gerecht – gelet op artikel 552b lid 2 Sv – niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht.2.
6. In dit geval is de uitspraak met daarin de verbeurdverklaring van de woning pas in de cassatiefase van de strafzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv.3.In gevallen als deze geldt niet de jurisprudentie waarin is bepaald dat indien de strafrechter, lopende de beklagprocedure, een beslissing heeft genomen over de in beslag genomen voorwerpen, de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a Sv.4.Anders zou de regeling van artikel 552b Sv, die juist ziet op klaagschriften van een derde belanghebbende tegen onherroepelijke verbeurdverklaringen en onttrekkingen aan het verkeer, een dode letter zijn. De zaak dient daarom met vernietiging van de beschikking van het gerechtshof voor verdere afdoening en behandeling te worden teruggewezen naar het op grond van artikel 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.
7. Ambtshalve heb ik geen andere dan de hierboven vermelde gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar het gerechtshof ’sHertogenbosch.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 14‑10‑2025
Vgl. onder meer HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559NJ 2021/350; HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1370, en HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284, NJ 1994/263.
Vgl. HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559, NJ 2021/350; HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284, NJ 1994/263.
Vgl. HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022, NJ 2023/267 m.nt. P.A.M. Mevis; HR 23 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1709; HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:1273; HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5834, NJ 2012/269, en HR 23 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3560.