Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/11.4.3:11.4.3 De derde pijler van aansprakelijkheid voor onrechtmatig beslag
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/11.4.3
11.4.3 De derde pijler van aansprakelijkheid voor onrechtmatig beslag
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500719:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals aan de orde was in HR 8 juli 2011, LJN BQ1823, BER 2011-1, m.nt. A.J. van der Meer en «JBPr» 2012, 5 m.nt. L.P. Broekveldt (STAK Forward /Huber c.s.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regeling inzake onrechtmatig beslag en de daaruit voortvloeiende verplichting tot schadevergoeding door de beslaglegger, wordt voor een belangrijk deel beheerst door de algemene eisen die worden gesteld aan een procedure inzake schadevergoeding. De risicoaansprakelijkheid van de beslaglegger in geval van een onrechtmatig beslag doet hierbij niet af aan de moeizame wijze waarop deze pijler functioneert. In de praktijk blijkt de waarborg van de derde pijler een schoolvoorbeeld van een theoretische waarborg die er op papier indrukwekkend uitziet. Een risicoaansprakelijkheid bij onterecht beslag klinkt als een geweldige stok achter de deur, die de beslaglegger aan het denken zal zetten voordat deze voor een dubieuze vordering conservatoir beslag gaat leggen. De verplichting om de beslagene in een dergelijke situatie schadeloos te stellen voor de gevolgen van het beslag klinkt als een genoegdoening voor de beslagene die blokkering van vermogensbestanddelen heeft moeten dulden voor een beslag zonder grondslag.
Wat zijn nu de mogelijkheden om verbetering te brengen in de wijze waarop deze pijler functioneert? Het komt mij niet voor dat een specifiek op beslagzaken toegesneden wijze van algemene regels hanteren gemakkelijk een systematisch passende oplossing kan bieden.1 Eerder lijkt een wettelijke specifieke grondslag voor aansprakelijkheid na onrechtmatig beslag een optie die een eigen, toegesneden ontwikkeling op het leerstuk, mogelijk kan maken. Hiermee wordt in ieder geval voorkomen dat vanuit vrees voor ‘olievlekwerking’ naar andere delen van het recht veranderingen of toepassingen niet in aanmerking komen. Knellende onderdelen in de procedure zoals bewijsproblematiek, duur en dergelijke kunnen op deze wijze geïsoleerd aan een herijking worden onderworpen. Uitgangspunt zou moeten zijn dat de beslagene de volledige schade die het gevolg is van een onrechtmatig beslag ook werkelijk vergoed krijgt.