Toegang tot het recht bij massaschade
Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/2.7:2.7 Evaluatie. Goed en slecht nieuws
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/2.7
2.7 Evaluatie. Goed en slecht nieuws
Documentgegevens:
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS600717:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat volgt uit het bovenstaande? In ieder geval dat toegang tot het recht meer is dan alleen de toegang tot de overheidsrechter. Sterker nog, de kans is aanzienlijk dat de eerstgenoemde toegang juist verminderd wordt als men de toegang tot de overheidsrechter als het enige uitgangspunt zou hanteren. Indien het onderhavige onderzoek benaderd wordt in het licht van de verschillende golfontwikkelingen wordt het al snel duidelijk waarom het niet beperkt is of kan zijn tot het civiele proces in enge zin en waarom er ook aandacht is voor kostenverlagende (concentratie)maatregelen, voor de voorfase van het proces, voor buitengerechtelijke geschiloplossingsinstrumenten, voor het belang van adequate en specifiek op de afwikkeling van massaschade gerichte fmancieringsstructuren. De natuurlijke uitkomst, de vanzelfsprekende conclusie is dan dat dit onderzoek moeilijk op iets anders kan berusten dan een overkoepelende aanpak, een strategie waarin de inzichten uit alle hiervoor besproken golfontwikkelingen verwerkt zijn.1
In het bovenstaande ligt goed en slecht nieuws besloten. Ik begin met het slechte nieuws. Het betreft de constatering dat zelfs rechtsstelsels die alle golven en bijbehorende maatregelen van de toegang tot het recht hebben doorstaan kennelijk nog steeds niet erin geslaagd zijn om het ideale systeem te ontwerpen waarin die toegang tot het recht gewaarborgd is. Dat impliceert dat de notie of het concept geen absolute of statische grootheid is die als eindpunt bereikt kan worden. Het is en blijft 'werk in uitvoering'. Dat is ook reeds door anderen opgemerkt: 'equal justice is an implausible ideal; adequate access to justice is less poetic but more imaginable',2 en 'it is naïve to expect the market in justice ever to be organized so efficiently that the majority will be able to afford the services they need.’3
Deze wetenschap kan ontmoedigend zijn, omdat men op voorhand weet dat uitkomsten van onderzoek naar mogelijke verbeteringen van de toegang tot het recht steeds ontoereikend zullen zijn. Betekent dit dat dergelijke onderzoeken zinloos zijn? Naar mijn mening niet, omdat elk onderzoek ons toch iets verder zal helpen. Bovendien, het vergaren van inzichten over wat wel en niet haalbaar is, is op zichzelf genomen ook nuttig. Deze wetenschap impliceert wel een bij stelling van de onderzoeksambities en van ons verwachtingspatroon over de uitkomsten van het onderzoek. Het zou al een hele stap vooruit zijn als we erin zouden slagen om het eens te worden over de kernthema's die essentieel zijn voor de adequate afwikkeling van substantiële massaschade en het ons zou lukken de contouren van een mogelijke oplossingsrichting te schetsen. In de verschillende golven in het denken over de toegang tot het recht komt het vraagstuk naar de verhouding tussen de collectieve afwikkeling van massaschade en het realiseren van individuele rechtvaardigheid niet, althans onvoldoende, aan bod. Ik zal proberen deze leemte op te vullen. In hoofdstukken 5 en 6 kan men de resultaten van mijn beide pogingen toetsen.
Ik eindig deze paragraaf met het goede nieuws. Het goede nieuws is dat in ieder geval voor Nederland en in ieder geval ten aanzien van de afwikkeling van massaschade nog genoeg te verbeteren valt. Hoewel maatregelen die kenmerkend zijn voor de hiervoor besproken golven ook in Nederland te vinden zijn, worden de voordelen daarvan niet structureel en afgewogen toegepast in relatie tot de afwikkeling van massaschade en al helemaal niet in relatie tot de gesignaleerde knelpunten. Bovendien hebben we niet het nadeel van `de remmende voorsprong'. Dat houdt in dat het hebben van een achterstand op een bepaald terrein ten aanzien van rechtsstelsels die verder zijn dan wij, ons in staat stelt om niet dezelfde fouten te maken als de 'ervaringsdeskundigen'. Het biedt de mogelijkheid om 'het bruikbare' te gebruiken en iets nieuws te ontwikkelen met een reële kans op een hoger slagingspercentage.