Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/2.7.3
2.7.3 Besluit tot statutenwijziging
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS496431:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie B. Snijder-Kuipers, ‘Vraagpunten bij omzetting van een stichting in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid’, WPNR 2006/6661, p. 293, die aan de hand van een tweetal voorbeelden laat zien dat in de praktijk rekening moet worden gehouden met de samenhang van de besluiten.
Zie C.W. Monchy & L. Timmerman, De nieuwe algemene bepalingen van Boek 2 BW (Preadvies Vereeniging Handelsrecht), Zwolle: Tjeenk Willink 1991, p. 115, Pj. Dortmont, ‘Omzetting van rechtspersonen’, in: W.C.L. van der Grinten e.a. (red.), Onderneming en nieuw burgerlijk recht, Zwolle: Tjeenk Willink 1991, p. 27, L. Timmerman, ‘Enkele opmerkingen van theoretische aard over de omzetting van rechtspersonen’, S&V 1993, p. 145-154, L.C.A. Verstappen, ‘Notariële aspecten van omzetting’, S&V 1993, p. 150-151.
Vanzelfsprekend is de voor een omzetting vereiste statutenwijziging op de voet van art. 2:18 lid 2 onderdeel b BW. De statuten moeten immers in overeenstemming zijn met de materiële kenmerken van de nieuw gekozen rechtsvorm (zie over de materiele kenmerken par. 2.4). Anders zou de rechtspersoon vatbaar worden voor ontbinding ex art. 2:21 BW. Hoewel het besluit tot statutenwijziging in dezelfde vergadering kan worden genomen als het omzettingsbesluit (zie par. 2.7.2 hiervóór), dient de besluitvorming afzonderlijk plaats te vinden.1 Anders dan voor het omzettingsbesluit, is een meerderheid van 90% wettelijk niet voorgeschreven voor de benodigde statutenwijziging.
Hoewel omzetting en statutenwijziging niet los van elkaar kunnen worden gezien, bestaat veel kritiek op de afzonderlijke vermelding van deze twee besluiten in art. 2:18 BW. De kritiek houdt kort gezegd in dat het meer voor de hand had gelegen om art. 2:18 lid 2 onderdeel a en b BW te combineren, zodat het omzettingsbesluit tevens een besluit tot statutenwijziging zou hebben ingehouden.2