De goede procesorde
Einde inhoudsopgave
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/4.3.6.11:4.3.6.11 Tardief verweer tegen exceptie van niet-ontvankelijkheid
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/4.3.6.11
4.3.6.11 Tardief verweer tegen exceptie van niet-ontvankelijkheid
Documentgegevens:
Mr. V.C.A. Lindijer, datum 08-11-2006
- Datum
08-11-2006
- Auteur
Mr. V.C.A. Lindijer
- JCDI
JCDI:ADS382294:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 27 oktober 2000, NJ 2003, 328.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
194. Uitgangspunt in hoger beroep is dat het schriftelijke debat, zoals voorgeschreven door art. 347 lid 1 Rv, beperkt blijft tot één ronde. Het tweede lid van het artikel aanvaardt echter de mogelijkheid van een uitzondering daarop, indien geïntimeerde incidenteel beroep instelt of een exceptief verweer tegen het principaal beroep voert. In dat geval zal appellant het incidenteel beroep of de voorgestelde exceptie bij conclusie mogen beantwoorden.
Neemt appellant een conclusie tot antwoord op een door geïntimeerde opgeworpen exceptie, dan zal hij daarin al zijn weren tegen die exceptie moeten opnemen, op straffe van verval van de bevoegdheid om zich later nog op die weren te beroepen. Dit laat zich afleiden uit het arrest Van Nunen/Moerenburg1, dat evenwel betrekking had op de procesgang in cassatie, waarvoor met art. 412 lid 1 Rv een aan art. 347 lid 2 Rv gelijke regeling geldt. Dit arrest zal daarom in de volgende paragraaf nader worden besproken.