De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.5.2.3:5.5.2.3 De reikwijdte van de medewerkingsverplichting
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.5.2.3
5.5.2.3 De reikwijdte van de medewerkingsverplichting
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS374078:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De medewerkingsverplichting van art. 48 AWR moet in relatie worden bezien met de inzageverplichting ex art. 47 lid 1 letter b AWR (zie par. 5.4). Tot die inzageverplichting behoren de gegevensdragers die – civielrechtelijk – eigendom zijn van de belastingplichtige. De verplichting strekt zich ook uit tot de gegevensdragers die vanuit een functionele relatie in beheer zijn van een derde.1 In andere situaties – waar de administratieplichtige het eigendom heeft – is sprake van een derdenonderzoek (par. 5.7).
De inzageverplichting beperkt zich tot enkel het beschikbaar stellen van de gegevensdragers 2 – Het is een passieve medewerkingsverplichting. In de memorie van toelichting is hierover opgemerkt dat die medewerkingsverplichting (ook) ‘rust op de derde die de gegevensdragers van een administratieplichtige onder zich heeft.’3 Het kwalificeren van de gegevens is bepalend voor de medewerkingsverplichting. Bescheiden die het servicebureau bijvoorbeeld heeft bewerkt en vervolgens aan de opdrachtgever heeft verstrekt, behoren niet tot de administratie van het servicebureau, maar tot de administratie van opdrachtgever.4 Het verstrekken van inlichtingen behoort niet tot de medewerkingsverplichting (art. 47 lid 1 letter a AWR).
Voor het verkrijgen van aanvullende gegevens en inlichtingen dan wel de inzage in andere boeken, bescheiden en gegevensdragers moet de inspecteur zich beroepen op de medewerkingsverplichting van art. 53 AWR. Dat artikel regelt die medewerkingsverplichting ‘met betrekking tot administratieplichtigen’ (zie par. 5.7).
In het kader van het Awb-toezicht zijn geen bijzondere bepalingen voor de medewerking van deze dienstverleners. De toezichthouder heeft onverkort de bevoegdheid tot het vorderen van toegang (art. 5.15 Awb), inlichtingen (art. 5:16 Awb) en inzage (art. 5:17 Awb). De medewerkingsverplichting strekt zich immers uit tot al degenen die behoren tot de kring van betrokkenen (art. 5:20 Awb) – voorzover sprake is van een noodzaak (art. 5:13 Awb) – en geldt in beginsel onverkort.
De medewerkingsverplichting jegens de inspecteur en een toezichthouder verschillen hierdoor. Tegenover de inspecteur geldt alleen een inzageverplichting met slechts en een beperkte inlichtingenplicht, wanneer de stukken zich bij een administratieplichtige bevinden (zie ook 5.7). Tegenover de toezichthouder geldt de medewerkingsverplichting onverkort: het verstrekken van inlichtingen en inzage in de zakelijke gegevens en bescheiden.