Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.6.1
1.6.1 Rechtswetenschappelijke onderzoeksmethode
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661387:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Vranken Algemeen deel **** 2014/8.
De toegevoegde waarde van lagere rechtspraak is dat dit inzichtelijk maakt hoe de rechtsregels uit de richtinggevende arresten worden toegepast door feitenrechters en hoe aan relevante omstandigheden invulling wordt gegeven. Voor het opsporen van jurisprudentie is tevens gebruik gemaakt van fiscale databanken, zoals via Kluwer Navigator en NDFR.
Er is niet voor rechtsvergelijking gekozen, omdat een dergelijk onderzoek eerst meer inzicht vereist in de toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting in het belastingrecht. Voor rechtsvergelijking zie Gorissen 2008; De Vos 2011.
Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014/156; Van de Sande 2019, p. 28.
Pauwels 2009, p. 6-7 en par. 1.7.
Deel I van het onderzoek bevat het juridisch perspectief. De belangrijkste onderzoeksmethoden zijn voor dit deel literatuur- en jurisprudentieonderzoek. Object van onderzoek in dit perspectief is het geldende recht, zoals dat is neergelegd in geschreven en ongeschreven regels, beginselen, leerstukken, jurisprudentie en van commentaar is voorzien in de literatuur.1
Voor het theoretische kader bij voorlichting is hoofdzakelijk literatuuronderzoek verricht en daarnaast jurisprudentieonderzoek (hoofdstuk 2). Voor het onderzoek naar de rechtsregels die in de jurisprudentie door de Hoge Raad zijn ontwikkeld ten aanzien van de toepassing van het vertrouwensbeginsel – het geldende recht ten aanzien van het aan voorlichting te ontlenen vertrouwen – heb ik hoofdzakelijk jurisprudentieonderzoek verricht (hoofdstuk 4). Daarbij komen zowel arresten van de Hoge Raad als uitspraken van feitenrechters aan bod.2 Bovendien heb ik een systematisch onderzoek uitgevoerd naar de op www.rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken over de toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting om beter inzicht te krijgen in de praktische uitwerking van de huidige rechtsregels (zie verder paragraaf 4.3.2.5, Annex I). Voor de invulling van de voorlichtende taak door de Belastingdienst (hoofdstuk 3) heb ik naast literatuur en rechtspraak andere bronnen bestudeerd, zoals Halfjaarsrapportages, Jaarplannen, communicatiebeleidsstukken van de Belastingdienst, Kamerstukken en door de Belastingdienst verricht onderzoek (zoals de Fiscale Monitor).
Op sommige plaatsen komt de methode van rechtsvergelijking aan bod, maar rechtsvergelijking is geen doel op zich.3 Zo wordt bij het leerstuk van het vertrouwensbeginsel de toepassing van dit beginsel bij voorlichting afgezet tegen die bij beleidsregels en toezeggingen (interne rechtsvergelijking). Bovendien zijn sommige (deel)thema’s rechtsgebiedoverstijgend, zoals de voorlichtende taak van de overheid en de belangenafwegingen bij toepassing van het vertrouwensbeginsel. Dat maakt het mogelijk om literatuur te gebruiken uit andere rechtsgebieden, in het bijzonder het algemene bestuursrecht, waarvan het belastingrecht als bijzonder onderdeel deel uitmaakt (externe rechtsvergelijking). Het doel van deze verkenningen is om de daarbij verkregen inzichten te gebruiken als hulpmiddel bij het vaststellen van de toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting in het belastingrecht en de daaraan ten grondslag liggende waarden, uitgangspunten en beginselen.4 Met betrekking tot de selectie, bestudering en verwerking van geraadpleegde bronnen is bij mijn aanpak steeds de leidende vraag geweest of het functioneel is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen in dit onderzoek.5