NJB 2024/2674
Bilateraal investeringsverdrag. Arbitrage. Vernietigingsprocedure. Herroeping. Verband met HR 6 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1807, hiervóór afgedrukt. Oekraïense investeerders in vastgoed in de Krim hebben soortgelijke vorderingen ingesteld als Privatbank. Hoge Raad: 1. Slagende klachten van de Russische Federatie. Het oordeel van het hof dat de Russische Federatie een bepaald arbitraal vonnis niet heeft overgelegd, is feitelijk onjuist. Niet blijkt dat het hof bij zijn oordeel over een bepaald vastgoedobject is uitgegaan van de juiste bewijslastverdeling. Het hof is niet ingegaan op de vraag of de strijdigheid van een bepaalde overeenkomst met het administratieve recht tot gevolg kon hebben dat de investering niet legaal was in de zin van het bilateraal investeringsverdrag. Het hof is niet ingegaan op een deskundigenrapport. 2. Geen patroon. De klacht dat het hof een patroon heeft gevolgd van het stelselmatig negeren van essentiële stellingen van de Russische Federatie en de namens haar overgelegde deskundigenrapporten en getuigenverklaringen, mist feitelijke grondslag. 3. Herroeping. Achtergehouden bescheiden. Uit de overwegingen van het hof blijkt niet waarom de Russische Federatie op de hoogte had kunnen en moeten zijn van het bestaan en de relevantie van de bescheiden. 4. Verschijning in het arbitraal geding. Een partij verschijnt in het arbitraal geding wanneer zij op enigerlei wijze aan de arbitrage deelneemt. Dat het hof een bepaalde brief van de Russische Federatie aan het scheidsgerecht niet heeft aangemerkt als het verschijnen in het arbitraal geding, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
HR 06-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1812
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 december 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
22/03901
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1812, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:47, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Bilateraal investeringsverdrag. Arbitrage. Vernietigingsprocedure. Herroeping. Verband met HR 6 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1807, hiervóór afgedrukt. Oekraïense investeerders in vastgoed in de Krim hebben soortgelijke vorderingen ingesteld als Privatbank. Hoge Raad: 1. Slagende klachten van de Russische Federatie. Het oordeel van het hof dat de Russische Federatie een bepaald arbitraal vonnis niet heeft overgelegd, is feitelijk onjuist. Niet blijkt dat het hof bij zijn oordeel over een bepaald vastgoedobject is uitgegaan van de juiste bewijslastverdeling. Het hof is niet ingegaan op de vraag of de strijdigheid van een bepaalde overeenkomst met het administratieve recht tot gevolg kon hebben dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.