Quasi-erfrecht
Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.3.8:V.3.8. Conclusie
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.3.8
V.3.8. Conclusie
Documentgegevens:
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS580337:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 januari 1989, NJ 1989, 766 (EAAL; Groningse huwelijkse voorwaarden).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 3.7 van dit hoofdstuk werd geconstateerd dat in Duitsland het Erbvertrag een veel gebruikte figuur is en er behoefte aan bestaat. De cijfers zijn van dien aard dat ik, ondanks eventuele cultuurverschillen, de conclusie durf te trekken dat ook in Nederland erfrecht met contractuele elementen gewenst is.
Een regeling gestoeld op het Duitse Erbvertrag zou op zich ook hier dienst kunnen doen, zij het dat uit het bovenstaande ook bleek dat het niet al goud is wat er blinkt. Zo bestaan er problemen bij de afbakening van het Erbvertrag van de overeenkomst die al tijdens leven rechten en verplichtingen in het leven roept, maar waarvan de volledige werking of de uitvoering uitgesteld wordt tot het overlijden. Uitleg is regelmatig vereist. Naar uitleg zal ook moeten worden gegrepen omdat het enkele feit dat een beschikking in een overeenkomst is opgenomen niet wil zeggen dat de betrokken beschikking (erfstelling, legaat of last) bindend is ingezet. Ook voor het vraagstuk of beschikkingen ‘wechselbezüglich’ zijn speelt uitleg een belangrijke rol. Te veel uitlegperikelen naar mijn smaak.
Om de binding vorm te geven zijn beschermingsmaatregelen als § 2287 BGB en § 2288 BGB voor de contractuele erfgenaam of legataris onvermijdelijk. De onvermijdelijkheid van beschermingsmaatregelen zijn evenwel, zoals reeds geconstateerd, tevens het gevaar dat aan een contractuele erfstelling of legaat kleeft. Kan de testateur een en ander wel overzien of moet hij door middel van notariële tussenkomst of anderszins (denk aan (dwingendrechtelijke) gevallen van het verval van de binding) de hand boven het hoofd gehouden worden? Ongeoorloofde beïnvloeding van een van de contractspartijen is ook niet ondenkbaar. Problemen van deze aard moeten, indien men zou komen tot invoering van een erfovereenkomst, getackeld worden. Op zijn minst zal een notaris een rol moeten spelen bij het contractuele erfrecht. Hij kan er dan naar vermogen voor waken dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en feitelijk overwicht.1