Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/20.2.5:20.2.5 Onderwerpen waarbij het begrip van godsdienst in verband kan worden gebracht met het seculiere ideaaltype
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/20.2.5
20.2.5 Onderwerpen waarbij het begrip van godsdienst in verband kan worden gebracht met het seculiere ideaaltype
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS451617:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er is één onderwerp waarin we het seculiere ideaaltype kunnen herkennen. Dat is het schrappen van het godslasteringsverbod in 2014. De wetgever van 2014 die het verbod van godslastering heeft geschrapt ging ervan uit dat het bestanddeel ‘godsdienstige gevoelens’ rechtsongelijkheid bewerkstelligt, omdat niet-christenen zich er niet of nauwelijks op zouden kunnen beroepen. De benadering van de wetgever van 2014 impliceert een subjectiverende uitleg van het begrip godsdienst. De wetgever vindt dat godsdienst zich op vele manieren en gedaanten kan manifesteren en niet alleen in de vorm van het monotheïsme of het christendom. De wetgever van 2014 nam daarmee afstand van de legitimatie van de wet door de wetgever van 1932 die we kunnen associëren met het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme. De uitleg van het godsbegrip van de wetgever van 2014 vormde een belangrijk argument voor het afschaffen van het godslasteringsverbod. Het afschaffen van het godslasteringsverbod kan men echter wel beschouwen als een tamelijk draconische maatregel om de gelijkheid tussen verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen te bewerkstelligen. Dit past in een seculiere benadering waarbij men niet wil dat het publieke domein getekend wordt door religieuze uiting of gedragingen. Men wil voorkomen dat religieuze ‘zelfbeschrijvingen’, zoals ‘God’, een plaats hebben binnen het publieke domein. Ook wil men niet dat het recht godsdiensten voortrekt of achterstelt. De wetgever had – in plaats van het schrappen van de wet – ook ervoor kunnen kiezen om door middel van een volledig subjectiverende uitleg van ‘God’ een grotere verscheidenheid aan godsdienstige en levensbeschouwelijke gevoelens te beschermen. Dat zou hebben gepast bij een accommodationistische benadering.