Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.2.1:6.3.2.1 Wettelijke omschrijving
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.2.1
6.3.2.1 Wettelijke omschrijving
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS606622:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor de toepassing van de Wet IB 1964 werden in Hof ’s-Hertogenbosch 1 augustus 1996, nr. 0109/94, V-N 1997/1644, de kinderen van de ongehuwde samenlevingspartner van de belastingplichtige als zijn ‘pleegkinderen’ aangemerkt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van art. 1.4 Wet IB 2001 wordt een pleegkind voor de toepassing van de Wet IB 2001 als een ‘kind’ beschouwd. Ingevolge art. 2 lid 3 onderdeel i AWR omvat dit begrip ‘kind’ echter nog meer soorten kinderen, omdat in deze bepaling de eerstegraads bloedverwant en de aanverwant in de neergaande lijn als ‘kind’ wordt aangemerkt. Het gaat om ‘eigen’ kinderen van de belastingplichtige, adoptiekinderen, erkende kinderen, en om stiefkinderen. Ingevolge art. 2 lid 6 AWR tellen de kinderen van de geregistreerde partner van de belastingplichtige ook mee.
Ik ga ervan uit dat een kind van een ‘partner’ met wie de belastingplichtige ongehuwd samenwoont, voor de inkomstenbelasting ook als een ‘kind’ wordt beschouwd. Dit vloeit voort uit de bepaling van art. 1.2 lid 5 Wet IB 2001, waarin is bepaald dat de kwalificatie als ‘partner’ in de Wet IB 2001 ten aanzien van het aanverwantschap dezelfde gevolgen heeft als het huwelijk. Dat wil zeggen, dat bloedverwanten van de ene partner als aanverwanten van de andere worden beschouwd.1