NJB 2024/2599
De ‘intrinsieke waarde’ van het dier, art. 1.3 lid 1 Wet dieren (Wd): de Hoge Raad zet uiteen hoe dit begrip moet worden begrepen. Van het ‘onthouden van de nodige verzorging’ in de zin van art. 2.2 lid 8 Wd kan onder meer sprake zijn bij overtreding van een specifieke wettelijke bepaling, zoals een overtreding van een norm uit het Besluit houders van dieren, maar ook als de gezondheid of het welzijn van het dier op een andere manier wordt geschaad. Het staat de rechter vrij om de zgn. ‘vijf vrijheden van Brambell’ als relevante gezichtspunten in zijn overwegingen hierover te betrekken.
HR 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1703
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/00613 E
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1703, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:811, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
De ‘intrinsieke waarde’ van het dier, art. 1.3 lid 1 Wet dieren (Wd): de Hoge Raad zet uiteen hoe dit begrip moet worden begrepen. Van het ‘onthouden van de nodige verzorging’ in de zin van art. 2.2 lid 8 Wd kan onder meer sprake zijn bij overtreding van een specifieke wettelijke bepaling, zoals een overtreding van een norm uit het Besluit houders van dieren, maar ook als de gezondheid of het welzijn van het dier op een andere manier wordt geschaad. Het staat de rechter vrij om de zgn. ‘vijf vrijheden van Brambell’ als relevante ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.