Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.2.3:5.2.3 Invorderingswet
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.2.3
5.2.3 Invorderingswet
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940188:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In hoofdstuk 6 ga ik dieper in op de precieze elementen die moeten worden bewezen om aan de delictsomschrijving van de boetebepalingen te voldoen (zie met name paragraaf 6.2.11 en paragraaf 6.2.12).
Dat laat onverlet dat de precieze hoogte van de verzuimboete op grond van het boetebeleid wel degelijk kan afhangen van de omvang van de verschuldigde belasting (zie par. 63b.2 Leidraad Invordering 2008).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook de Inv. bevat (in Hoofdstuk VIIa) enkele algemeen geldende, fiscale bestuurlijke boetes. De beboetbare feiten zijn uiteraard op het terrein van de invordering gelegen. Het gaat bij deze boetes dus niet (meer) om de fase van het formaliseren van de materiële belastingschuld, maar louter om het incasseren van een eenmaal vastgestelde, geformaliseerde belastingschuld. De boetes worden dan ook niet door de inspecteur opgelegd, maar door de ontvanger.
Het gaat om twee verzuimboetes, die beide geregeld zijn in art. 63b Inv.. In het navolgende werk ik deze nader uit.1 Beide verzuimboetes zijn wettelijk gemaximeerd op een absoluut bedrag van € 5.514.2
5.2.3.1 Betaalverzuimboete aanslagbelastingen (art. 63b lid 1 Inv.)5.2.3.2 Verzuimboete schending administratieve verplichting (art. 63b lid 2 Inv.)