Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.3.1:8.3.1 Inleiding
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.3.1
8.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS446203:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art.1, lid 1 onder b. jo. art. 3, lid 1 Wilg.
Belangrijke uitzonderingen hierop vormen Natura 2000-gebieden zoals de Noordzee-kustzone, de Waddenzee, het Haringvliet, de Oosterschelde en de Westerschelde.
Een analyse van de mogelijkheden daartoe is te vinden in hoofdstuk 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als gevolg van de ruime definitie van ‘gebiedsgericht beleid’ heeft de Wilg een groot toepassingsbereik. Volgens de wetgever kan het instrumentarium van deze wet ook worden ingezet voor de inrichting, het gebruik en het beheer van natuurwaarden in het landelijk gebied.1 Het merendeel van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is gelegen in het landelijke gebied.2 Het Wilg-instrumentarium kan op verschillende manieren een rol spelen bij de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de eerste plaats is het mogelijk om het Ilg-budget voor dat doel aan te wenden. Dit budget kan (deels) worden bestemd voor de instandhouding van gronden met natuurwaarden en/of de aanleg van nieuwe natuurgebieden. Daarnaast is het mogelijk om met dit budget subsidies te verlenen ten behoeve van natuurbeheer.3 In de tweede plaats is het mogelijk om de inhoud en de uitvoering van een inrichtingsplan af te stemmen op de bescherming van kwalificerende habitats en soorten. In dat verband wordt onderzocht of het inrichtingsplan het beheerplan kan vervangen (en vice versa), of dat het beheerplan kan fungeren als een complementair instrument naast het inrichtingsplan.