Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.9.2
10.9.2 Voor het Bundesverfassungsgericht
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS454097:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
BVerfGE 130, 320.
BVerfGE 130, 329.
Artikel 3, derde lid, StabMechG.
Artikel 5, zevende lid, StabMechG.
BVerfGE 130, 318 (28 februari 2012). Zie hierover ook: Nettesheim 2012. Tussendoor, op 27 oktober 2011, had het Bundesverfassungsgericht al in een voorlopige voorziening in deze zaak geoordeeld dat de rechten van de Bondsdag niet door enkele leden van de budgetcommissie mogen worden uitgeoefend zoals geregeld in het StabMechG, tot er in de hoofdzaak een beslissing zou zijn genomen (BVerfGE 129, 284).
BVerfGE 130, 345.
BVerfGE 130, 345.
BVerfGE 130, 345.
Deze bepaling haalde het Hof overigens ook in het arrest van 7 september 2011 al aan (BVerfGE 129, 124), nadat klagers hierop een beroep hadden gedaan. In deze zaak verbindt het daar echter verdergaande consequenties aan.
BVerfGE 130, 346.
BVerfGE 130, 356.
BVerfGE 130, 360.
De SPD-fractie had dit argument al tijdens de eerste wijziging van het StabMechG (zonder succes) naar voren gebracht, zie: BT Drs. 17/7130, p. 5.
BVerfGE 130, 365.
BVerfGE 130, 366.
Zweites Gesetz zur Änderung des Stabilisierungsmechanismusgesetzes, BGBl. I 2012, nr. 23, p. 1166 (23 mei 2012).
Na deze wijziging van het StabMechG stond de gang naar het Bundesverfassungsgericht opnieuw open. Waar hiervoor meestal sprake was van een Verfassungsbeschwerde, voerden enkele leden van de Bondsdag ditmaal een Organstreit-procedure tegen de Bondsdag.1 De klagers stelden dat hun rechten werden geschonden doordat bevoegdheden die de Bondsdag toekomen bij wet aan (leden van) de budgetcommissie werden toegekend. Meer in het bijzonder voerden zij aan dat artikel 38 GG op twee manieren door het gewijzigde StabMechG geschonden wordt.2 Allereerst gebeurde dat volgens de klagers doordat in geval van bijzondere urgentie of vertrouwelijkheid een klein aantal leden van de budgetcommissie de rechten van de Bondsdag uitoefent.3 Verder zagen zij een schending van artikel 38 GG in de bepaling uit het StabMechG waarin was vastgelegd dat informatie vanwege vertrouwelijkheid in sommige gevallen slechts aan een aantal leden van de budgetcommissie toekomt, in plaats van aan de gehele Bondsdag.4
Het Bundesverfassungsgericht deed op 28 februari 2012 uitspraak, een klein half jaar na het arrest over de steun aan Griekenland en de oprichting van de EFSF.5 Opnieuw benadrukte het Hof dat de Bondsdag individuele grootschalige steunmaatregelen moet goedkeuren.6 Ook moet er voldoende parlementaire invloed blijven bestaan ten aanzien van de manier waarop er met de EFSF wordt omgegaan. In dit arrest ging het Bundesverfassungsgericht vervolgens uitgebreider in op de verhouding tussen de Bondsdag en de Bondsregering bij de uitoefening van het budgetrecht. De Bondsdag moet wezenlijke beslissingen over de inrichting van de begroting zelf kunnen nemen, aldus het Hof.7 Expliciet overwoog het Bundesverfassungsgericht in dit arrest dat de Bondsregering het budgetrecht van het parlement niet mag ondermijnen door leningen aan te gaan of garanties af te geven.8 Het Hof verwees hierbij naar artikel 115, eerste lid GG, waarin is vastgelegd dat bij wet moet worden ingestemd met het aangaan van leningen, garanties of andere instrumenten die tot financiële verplichtingen kunnen leiden.9 Die wet moet tevens de daarmee gemoeide bedragen specificeren. Dit vereiste zorgde er volgens het Bundesverfassungsgericht voor dat het budgetrecht ook voor de toekomst behouden blijft en dat de invulling hiervan niet kan worden overgelaten aan de uitvoerende macht door algemeen geformuleerde autorisaties.10 Het budgetrecht wordt zo beschermd tegen het feitelijk overdragen van de beslissingsmacht omtrent de begroting aan de Bondsregering.
Concreet stelde het Hof de klagers in het gelijk door te oordelen dat de wijziging van het StabMechG een schending van artikel 38 GG opleverde.11 Volgens het Bundesverfassungsgericht was de bepaling, op grond waarvan in het geval van bijzondere urgentie of vertrouwelijkheid een subcommissie van de budgetcommissie de rechten van de Bondsdag uitoefent, te ruim geformuleerd.12 Hierdoor vielen er ook situaties onder waarbij voor de uitoefening van de rechten van de Bondsdag door slechts een zeer beperkt aantal leden van de budgetcommissie geen goede rechtvaardiging te geven was.13 Ook benadrukte het Hof het belang van de samenstelling van een dergelijke subcommissie. Het StabMechG moest zo geïnterpreteerd worden dat de betrokken commissie zo veel mogelijk een evenbeeld vormt van de politieke verhoudingen in de Bondsdag.14 Minder moeite had het Bundesverfassungsgericht met de informatievoorziening die vanwege vertrouwelijkheid op grond van het StabMechG in sommige gevallen alleen aan een aantal leden van de budgetcommissie toekwam.15 Wel moest die bepaling op haar beurt zo geïnterpreteerd worden dat informatierechten van alle parlementsleden slechts zo kort mogelijk opgeschort zouden worden. Als gevolg van dit arrest werd opnieuw het StabMechG aangepast.16
Het Bundesverfassungsgericht gaf hiermee uitgebreide overwegingen over de materiële invulling van het budgetrecht, overigens zonder het budgetrecht als zodanig te bestempelen. Het Hof benoemde belangrijke grenzen aan het overdragen van het budgetrecht. In de hiervoor besproken zaak over de steun aan Griekenland en de oprichting van de EFSF oordeelde het Hof al dat de Bondsdag verantwoordelijk moet blijven voor belangrijke beslissingen over de begroting, en daarom in moet stemmen met iedere grootschalige steunmaatregel. De Bondsdag moet niet alleen de oprichting van een fonds als de EFSF goedkeuren, maar er moet ook voldoende parlementaire invloed blijven bestaan ten aanzien van de manier waarop het fonds wordt ingezet. In deze zaak voegde het Hof daaraan toe dat de Bondsdag het budgetrecht niet feitelijk aan de Bondsregering mag overdragen door zeer algemene autorisaties. Het Hof bakende de grenzen van het parlementaire budgetrecht daarmee niet alleen af ten aanzien van de EU, maar ook ten aanzien van de Bondsregering.