Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.3.2
3.3.2 Onrechtmatige daad als grondslag voor aansprakelijkheid
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS296856:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van den Akker (2001), p. 26 en 29, Boks (2002), p. 107, Campen (2008), p. 21, A.S. Hartkamp, Asser 4-III (oud) De verbintenis uit de wet, hoofdstuk 3, § 1 onrechtmatige daad, B, nr. 51 c, Nass (2008), Tjong Tjin Tai (2007), p. 202.
HR 13 oktober 2006, JOR 2006/296 (Vied’ Or), HR 18 januari 2008, LJN BB 5067, HR 23 december 1994 en 15 september 1996, NJ 1996, 627-629 (Tilburgse Hypotheekbank arresten), HR 19 juni 1998, NJ 1999, 288 (E/Curatoren THB I), HR 23 december 2005, NJ 2006, 289 (Safe Haven).
Van den Akker (2001), p. 200.
Van den Akker (2001), p. 26.
Tjong Tjin Tai (2007), p. 200.
De heersende mening in de literatuur1 is dat de aansprakelijkheid van een beroepsbeoefenaar tegenover derden gebaseerd dient te worden op een onrechtmatige daad. Dit blijkt uit jurisprudentie2 met betrekking tot bijvoorbeeld accountants (Vie d’Or), advocaten, notarissen en financiële instellingen.
In de literatuur worden echter ook alternatieven geboden voor de aansprakelijkheid van een beroepsbeoefenaar tegenover een derde.3 Zo stelt Van den Akker dat het wellicht mogelijk is de aansprakelijkheid van een beroepsbeoefenaar tegenover een derde in voorkomende gevallen op een overeenkomst te baseren.4 Zij geeft echter de voorkeur aan de weg van de onrechtmatige daad boven die van de overeenkomst. Tjong acht het mogelijk dat een beroepsbeoefenaar aan het door hem gewekte vertrouwen wordt gehouden, ook al is er formeel geen contract.5 Hij spreekt in dit verband over een ‘pseudo contract’. De relatie moet dan wel zo zijn dat het ook om werkzaamheden op basis van een overeenkomst had kunnen gaan. Er moet sprake zijn van werkzaamheid gericht op een concreet belang van de derde. Als dat vaststaat, zal de bewijslast van de derde eenvoudiger zijn dan in geval van onrechtmatige daad. Deze alternatieven voor de onrechtmatige daad zijn mijns inziens overbodig. Mijns inziens volstaat in deze het instrument van de onrechtmatige daad en is dit toereikend. In het hiernavolgende geldt dan ook als uitgangspunt dat de buitencontractuele aansprakelijkheid van de accountant jegens derden gebaseerd is op het leerstuk van de onrechtmatige daad.