Sleutels voor personenvennootschapsrecht
Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.3.3.3:3.3.3.3 Het (afgescheiden) VOF-vermogen
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.3.3.3
3.3.3.3 Het (afgescheiden) VOF-vermogen
Documentgegevens:
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS584580:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit is staande jurisprudentie sinds HR 28 juni 1889, W 5735 (De Beaumont/Tielens); en HR 26 november 1897, W 7047 (Boeschoten/Besier). Asser/Maeijer 5-V 1995/176.; Mohr/ Meijers 2013, § 4.5.4, p. 134.
HR 18 december 1959, NJ 1960/121(De Gouw/De Hamer). Zie ook HR 9 mei 1969,NJ 1969/307(Rotterdam-Limburg Beurtvaart); HR 13 december 2002, JOR 2003/32,NJ 2004/212(Bon Appetit). Over de twee-vorderingenleer bij de maatschap, zie 2.5.2.3.
HR 27 juni 1975, NJ 1976/128(Popo Confectiesnijderij).
Art. 2 lid 3 Fw.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een VOF-vermogen heeft net als een maatschapsvermogen het karakter van een afgescheiden vermogen.1 Wat is gezegd over de juridische constructie en samenstelling van het maatschapvermogen, geldt daarom op hoofdlijnen ook voor het VOF-vermogen. Ook bij de VOF doet de twee-vorderingenleer opgeld.2 Deze leer komt erop neer dat de schuldeiser van een VOF twee samenlopende vorderingsrechten heeft, te weten een vorderingsrecht op de gezamenlijke vennoten dat verhaalbaar is op het vennootschapsvermogen en waartegen de vennoot de hem persoonlijk toekomende verweermiddelen niet kan aanvoeren, en daarnaast een vorderingsrecht tegen de vennoot persoonlijk. Heeft een eiser in eerste instantie slechts de VOF gedagvaard, dan kan hij niet geldig in hoger beroep mede vennoten persoonlijk dagvaarden.3
Vat men de VOF als collectiviteit en rechtssubject op, zoals ik bepleit, dan heeft dit implicaties voor het vennootschapsvermogen. In deze visie gaan de tot het VOF-vermogen behorende vermogensbestanddelen bij een vennotenwissel van rechtswege over van de oude groep vennoten q.q. op de nieuwe groep vennoten q.q. Situaties zoals die zich bij de maatschap kunnen voordoen, van goederen waartoe gewezen vennoten nog mede gerechtigd zijn en die toch tot het vennootschapsvermogen blijven behoren, doen zich bij de VOF dan niet voor. Bij de VOF die collectiviteit en rechtssubject is, vormt de vennootschappelijke gemeenschap bovendien niet louter een verhaalsvermogen van goederen die ten behoeve van bepaalde schulden zijn afgescheiden, zoals bij de maatschap. Het vermogen van de VOF wordt ‘eigen’ vermogen van het rechtssubject. Doordat de VOF rechtssubject is, komt haar ‘eigen’ vermogen als verhaalsobject voorop te staan; de vennotenaansprakelijkheid krijgt ten opzichte daarvan een afhankelijk karakter.
Dat een VOF kan failleren zonder dat dit het faillissement van de vennoten persoonlijk meebrengt, is uitgemaakt in het arrest VDV Totaalbouw.4 Het faillissement van de VOF kan worden aangevraagd bij de rechtbank van het kantoor van de VOF.5 Evenals bij de maatschap kan het faillissement van de VOF worden opgevat als het faillissement van degenen die q.q. gerechtigd zijn tot de rechtsposities die tot het vennootschapsvermogen behoren. Bij de VOF zijn dit de zittende vennoten q.q., want vanwege de wisselvertegenwoordiging zal het geval dat een gewezen vennoot nog mede tot dergelijke rechtsposities gerechtigd is, zich in beginsel niet voordoen. Bij de faillissementsaanvraag kunnen de aanvragers de VOF onder haar naam aanduiden en desgewenst de namen van alle (bekende) vennoten daarbij vermelden. Mochten er vennoten zijn die niet bij het handelsregister staan geregistreerd, dan zal de VOF de ontbrekende namen desgevraagd moeten opgeven.6